07-04-11

Gods leven gevende Adem

5 careme A 1lec.jpgNiet zelden worden godsdiensten beleefd als antwoord op de eindigheid van het menselijk bestaan. De hoop dat het met de dood niet onherroepelijk gedaan is, leeft in heel wat religies. Deze hoop wordt ook in het christelijk geloof beleden. Het uitzicht op een verder leven over de grens van dit leven verklaart mee de ontvankelijkheid voor de christelijke geloofsovertuiging. En toch was het geloof in een leven na de dood eeuwenlang nauwelijks van betekenis in de joodse traditie. Het geloof in Jahwe had alles te maken met het leven hier en nu. Dit vertaalde zich in het vertrouwen dat er uitwegen te verwachten waren uit benarde situaties.

Lees meer...

22:55 Gepost door Wally in Homilieën | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: evangelie, bijbel, schrift, lezingen, liturgie, zondag, veertigdagentijd, vasten, leven | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook |

Lezingen Vijfde Zondag van de Veertigdagentijd A

5 careme A 1lec.jpg

Lezing uit het boek Ezechiël 37,12-14. 
Daarom moet ge profeteren en zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer! Waarachtig, Ik ga uw graven openen, u opwekken uit uw graven, o mijn volk, en u terugbrengen naar Israëls grond.
Zo zult ge erkennen, dat Ik Jahweh ben! En als Ik uw graven heb geopend, en u heb opgewekt uit uw graven, o mijn volk,
dan stort Ik u mijn geest in, zodat ge levend wordt, en vestig Ik u op uw eigen grond. Zo zult ge erkennen, dat Ik, Jahweh, het gezegd en gedaan heb, spreekt Jahweh!

Lees meer...

22:09 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: evangelie, bijbel, schrift, lezingen, liturgie, zondag, veertigdagentijd, vasten, lazarus | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook |

01-04-11

Ziende blind

4 careme A ev.jpgZusters en broeders,

De profeet Samuël zalft de jongste zoon van Isaï, want God heeft hem voorbestemd voor het koningschap. Niet een van zijn oudere, sterkere broers, maar hem. Nochtans had Isaï hem niet eens voorgesteld aan de profeet. Maar de Heer zegt: ‘Ga niet af op het voorkomen of de rijzige gestalte. Een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer kijkt naar het hart.’ Dat zijn heel juiste woorden: wij, mensen, wij kijken naar het uiterlijk. Wij beoordelen iemand op zijn voorkomen, zijn kledij, zijn huis, zijn auto, zijn bankrekening. Gelukkig doet God de Heer dat niet. Hij kijkt in de diepte, voorbij de schijn.

Lees meer...

Lezingen Vierde Zondag van de Veertigdagentijd A

Lezing uit het 1e boek Samuël 16,1.6-7.10-13. 
Sprak Jahweh tot Samuël: Hoe lang nog blijft ge treuren over Saul, terwijl Ik hem ontzet heb uit het koningschap over Israël? Vul uw kruik met olie en ga naar Jesse, den Betlehemiet, waarheen Ik u zend; want onder zijn zonen heb Ik mij een koning uitverkoren. 
Toen zij bij elkaar waren gekomen, en hij Eliab zag, dacht hij: Nu wijst Jahweh zeker zijn gezalfde aan! 
Maar Jahweh sprak tot Samuël: Let niet op zijn uiterlijk of op zijn rijzige gestalte; hèm wil Ik niet. Want God ziet niet als een mens; de mens ziet het uiterlijk, maar Jahweh ziet het hart. 
Zo stelde Jesse zijn zeven zonen aan Samuël voor; maar Samuël zei tot Jesse: Geen van hen heeft Jahweh uitverkoren. 
Daarop vroeg hij hem: Zijn dat al uw zonen? Jesse antwoordde: De jongste ontbreekt nog; die is bij de kudde. Maar Samuël sprak tot Jesse: Laat hem dan halen; want wij gaan niet aan tafel, voordat hij hier is. 
Hij liet hem dus halen. Het bleek een blonde jongeman te zijn, met mooie ogen en een prettig voorkomen. Nu sprak Jahweh: Sta op. Hem moet ge zalven; want hij is het! 
Samuël nam dus de oliekruik, en zalfde hem in de kring van zijn broeders. En van die dag af rustte de geest van Jahweh op David. Daarna keerde Samuël naar Rama terug. 

 


Psalmen 23(22),1-3.4.5.6. 

 

4 careme A ps.jpg

 


Een psalm van David. Mijn Herder is Jahweh! het ontbreekt mij aan niets:
Hij laat mij rusten in groene beemden;
Hij voert mij naar vredige wateren, verkwikt mijn ziel, En leidt mij in het rechte spoor, om wille van zijn Naam.
Al moet ik door donkere krochten heen, Ik ben voor geen onheil bevreesd: Want Gij staat me bij, Uw staf en stok zijn mijn stut!

Gij bereidt mij een dis Voor het oog van mijn vijand; Met olie zalft Gij mijn hoofd, En mijn beker vloeit over.
Voorspoed en zegen zullen mij volgen Mijn leven lang; In het huis van Jahweh mag ik wonen In lengte van dagen!

 


Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Efeziërs 5,8-14. 
Vroeger waart gij duisternis, thans zijt gij licht in den Heer; gedraagt u dan ook als kinderen van het licht.
Want de vrucht van het licht bestaat in allerlei goedheid, gerechtigheid en waarheid.
Onderzoekt wat welbehaaglijk is aan den Heer,
en neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis; maar keurt ze af.
Want wat door hen in het geheim wordt gedaan, is te schandelijk zelfs om het te noemen.
Alles echter wat afkeurenswaardig is, wordt openbaar gemaakt door het licht; want het licht maakt alles openbaar.
Daarom wordt er gezegd: "Ontwaak, gij slaper; Sta op uit de doden, En Christus zal over u lichten!"

 


Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 9,1-41. 

 

4 careme A ev.jpg

 


En in het voorbijgaan zag Hij iemand, die blind was van zijn geboorte af.
Zijn leerlingen vroegen Hem: Rabbi, wie heeft gezondigd, hij of zijn ouders, dat hij blind werd geboren?
Jesus antwoordde: Noch hij noch zijn ouders hebben gezondigd; maar de werken Gods moeten in hem worden geopenbaard.
Zolang het dag is, moet Ik de werken verrichten van Hem, die Mij heeft gezonden; er komt een nacht, waarin niemand werken kan.
Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld.
Na deze woorden spuwde Hij op de grond, maakte slijk van het speeksel, streek hem het slijk op de ogen,
en sprak tot hem: Ga u wassen in de vijver van Siloë (dat betekent: Gezonden). Hij ging er heen, waste zich, en kwam ziende terug.
Zijn buren nu, en zij die hem vroeger als bedelaar hadden gekend, zeiden: Is dat niet de man, die zat te bedelen?
Sommigen zeiden: Hij is het. Anderen weer: Neen, hij lijkt op hem. Zelf zei hij: Ik ben het.
Men zei hem dus: Hoe zijn dan uw ogen open gegaan?
Hij antwoordde: De man, die Jesus heet, maakte slijk, bestreek er mijn ogen mee, en sprak tot Mij: Ga naar de vijver van Siloë, en was u. Ik ging dus, waste mij, en kon zien.
Men zeide hem: Waar is Hij? Hij antwoordde: Dat weet ik niet.
Toen bracht men den gewezen blinde naar de farizeën.
Nu was het die dag juist een sabbat, toen Jesus slijk had gemaakt en hem de ogen had geopend.
Ook de farizeën ondervroegen hem, hoe hij het gezicht had teruggekregen. Hij sprak tot hen: Hij deed slijk op mijn ogen, ik waste mij, en ik zie.
Sommigen van de farizeën zeiden: Die man komt niet van God, want Hij houdt de sabbat niet. Maar anderen zeiden: Hoe kan een zondig mens zulke wonderen doen? En er ontstond onenigheid onder hen.
Men ondervroeg dus den blinde opnieuw: Wat zegt ge zelf van Hem, nu Hij u de ogen geopend heeft? Hij sprak: Hij is een profeet.
Maar nu geloofden de Joden niet, dat hij blind was geweest, en het gezicht had teruggekregen, voordat ze de ouders van den genezene hadden ontboden.
Ze ondervroegen hen: Is dit uw zoon, die naar gij zegt, blind is geboren? Hoe ziet hij dan nu?
Zijn ouders gaven ten antwoord: We weten, dat dit onze zoon is, en dat hij blind is geboren.
Maar hoe hij zien kan, dat weten we niet; of wie zijn ogen geopend heeft, we weten het niet. Vraagt het hemzelf; hij is meerderjarig, en zal zich zelf wel verantwoorden.
Zo spraken zijn ouders uit vrees voor de Joden; want reeds waren de Joden overeengekomen, om iedereen uit de synagoge te bannen, die Hem als den Christus beleed.
Daarom zeiden zijn ouders: Hij is meerderjarig; ondervraagt hemzelf.
Opnieuw riepen ze nu den gewezen blinde, en zeiden tot hem: Geef eer aan God; wij weten, dat die man een zondaar is.
Hij antwoordde: Of Hij een zondaar is, weet ik niet. Eén ding weet ik: dat ik blind was, en nu zie.
Ze zeiden hem dan: Wat heeft Hij met u gedaan? Hoe heeft Hij u de ogen geopend?
Hij antwoordde hun: Ik heb het u al gezegd, maar gij hebt niet geluisterd. Waarom wilt gij het nog eens horen? Wilt gij ook soms zijn leerlingen worden?
Ze zeiden hem honend: Gijzelf zijt een leerling van Hem; wij blijven leerlingen van Moses.
We weten, dat God tot Moses gesproken heeft; maar waar Deze vandaan is, dat weten we niet.
De man antwoordde hun: Het is toch wel wonderlijk, dat gij niet weet, waar Hij vandaan is; en Hij heeft mij nog wel de ogen geopend.
We weten toch, dat God geen zondaars verhoort, maar hem alleen, die godvrezend is en zijn wil volbrengt.
Nooit in der eeuwigheid is het gehoord, dat iemand de ogen van een blindgeborene heeft geopend.
Als Hij niet van God kwam, zou Hij niets kunnen doen.
Ze antwoordden hem: In zonden zijt ge geboren van boven tot onder; en ge leest ons de les? En ze wierpen hem buiten.
Jesus vernam, dat men hem buiten geworpen had; en toen Hij hem aantrof, sprak Hij tot hem: Gelooft ge in den Mensenzoon?
Hij antwoordde: Wie is het, Heer; dan zal ik in Hem geloven.
Jesus sprak tot hem: Ge hebt Hem gezien; Hij is het, die met u spreekt.
Toen zei hij: Heer, ik geloof. En hij wierp zich voor Hem neer.
En Jesus sprak: Tot dit vonnis ben Ik in deze wereld gekomen: dat de blinden zouden zien, en de zienden blind zouden worden.
Enige farizeën, die bij Hem waren, hoorden dit, en zeiden Hem: Zijn ook wij soms blind?
Jesus sprak tot hen: Als gij blind waart, hadt gij geen zonde; maar nu gij zegt: We zien; nu blijft uw zonde.

©Evangelizo.org 2001-2010

00:00 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: evangelie, bijbel, schrift, lezingen, liturgie, zondag, vasten, veertigdagentijd | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook |

24-03-11

Het levende water

3 careme A ev.jpgHet is een vergissing te menen dat het christelijk geloof alleen door mannen is verkondigd. In de evangelies wordt op veel plaatsen gesproken over vrouwen die in Jezus' leven een belangrijke rol hebben gespeeld. Om te beginnen natuurlijk zijn moeder, ook nog toen hij aan zijn publieke optreden was begonnen. Het Lucasevangelie (8,3) vertelt dat een aantal vrouwen Jezus op zijn tochten vergezelden en uit hun eigen middelen zorgden voor zijn levensonderhoud. Een van hen was Maria Magdalena, die later de titel apostola apostolorum, apostel van de apostelen heeft gekregen omdat zij de apostelen ervan overtuigd heeft dat de gestorven Jezus wel degelijk uit het graf was opgestaan. En dan was er de Samaritaanse vrouw die in het evangelie van vandaag uitgebreid aan het woord komt. In zekere zin de voorgangster van Maria Magdalena. Ambassadeur van Jezus.

Lees meer...

22:38 Gepost door Wally in Homilieën | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: evangelie, bibjbel, schrift, lezingen, homilieen, vasten, veertigdagentijd, liturgie, zondag, water | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook |

17-03-11

Een stralend gezicht

transfiguration careme.jpgAls u iemand die u tegenkomt een compliment wil maken, kan u zeggen: 'je ziet er stralend uit!' Dank je wel, zal die persoon antwoorden, maar intussen denkt hij of zij er wel het zijne of het hare van. Nu kan het ook gebeuren dat iemand die u tegenkomt er ècht stralend uitziet. Er moet hem iets heel bijzonders te beurt gevallen zijn, denkt u dan, het straalt af van zijn gezicht.
Zoiets hebben drie uitverkoren leerlingen van Jezus meegemaakt toen ze bij hem waren op een hoge berg. Zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.

Lees meer...

Lezingen Tweede Zondag van de Veertigdagentijd A

Lezing uit het boek Genesis 12,1-4. 

 

2 careme A 1lec.jpg


Jahweh sprak tot Abram: Trek weg uit uw land, Uit uw stam en uit het huis uws vaders Naar het land, dat Ik u tonen zal. 
Ik zal een groot volk van u maken, U zegenen en uw naam beroemd maken, Zodat hij ten zegen zal zijn. 
Ik zal zegenen, die u zegent, Vervloeken, die u vervloekt. En in u zullen alle geslachten der aarde worden gezegend. 
Toen vertrok Abram, zoals Jahweh hem bevolen had, en Lot ging met hem mee; Abram was vijf en zeventig jaar oud, toen hij uit Charan wegtrok. 

 

 


Psalmen 33(32),4-5.18-19.20.22. 
Want Jahweh’s woord is waarachtig, Onveranderlijk al zijn daden.
Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; Van Jahweh’s goedheid is de aarde vol.
Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen:
Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood.

Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild;
Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!

 

 


Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Timoteüs 1,8-10. 
Schaam u dus niet voor de belijdenis van onzen Heer, noch over mij, zijn geboeide; maar neem uw aandeel in het lijden voor het Evangelie door de kracht van God,
die ons gered heeft en tot een heilige roeping heeft uitverkoren, niet op grond van onze werken, maar door zijn eigen voorbeschikking en genade. Deze toch is ons van alle eeuwigheid in Christus Jesus verleend,
maar thans geopenbaard door de verschijning van onzen Zaligmaker Christus Jesus. Hij heeft de dood ten onder gebracht, doch leven en onsterfelijkheid aan het licht gebracht, door het Evangelie,

 

 


Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 17,1-9. 

 

transfiguration careme.jpg

 


Zes dagen later nam Jesus Petrus, Jakobus en Johannes, zijn broer, alleen met Zich mee, en bracht ze op een hoge berg.
En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; zijn aanschijn schitterde als de zon, en zijn klederen werden wit als sneeuw.
Zie, Moses en Elias verschenen hun, en spraken met Hem.
Toen nam Petrus het woord, en zeide: Heer, het is ons goed, hier te zijn; zo Gij wilt, zal ik hier drie tenten opslaan: één voor U, één voor Moses, en één voor Elias.
Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk. En zie, een stem sprak uit de wolk: Deze is mijn geliefde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen heb; luistert naar Hem.
Toen de leerlingen dit hoorden, vielen ze op hun aangezicht neer, en werden zeer bevreesd.
Maar Jesus kwam naar hen toe, raakte ze aan, en sprak: Staat op, en vreest niet.
Toen ze nu de ogen opsloegen, zagen ze niemand dan Jesus alleen.
En terwijl ze afdaalden van de berg, gebood Jesus hun: Vertelt aan niemand dit gezicht, voordat de Mensenzoon van de doden is opgestaan.

 

©Evangelizo.org 2001-2010

12-03-11

Naar de bron van ons leven

1 careme A ev1.jpgIn de woestijn valt al het overtollige weg. De mens is er alleen met zichzelf, alleen met zijn licht- en schaduwkanten, met zijn verlangen en kleinheid. In de periode van het eerste christendom zochten monniken deze plek op om tot verbondenheid te groeien met God, met de aarde en met heel het leven.


Wie lang verblijft in de woestijn, beseft dat het een strijd wordt op leven en dood. Ofwel verlies je jezelf in verwarring en word je gek, ofwel ontdek je een levende bron in jezelf en breekt je leven open in een overstelpende solidariteit. Ofwel ga je nog strakker je vastklampen aan je ego en bouw je een dam om je heen, ofwel sterf je aan jezelf en word je zelf een stuk het sobere leven dat daar heerst.

Lees meer...

Lezingen Eerste Zondag van de Veertigdagentijd A

Lezing uit het boek Genesis 2,7-9.3,1-7. 


Toen vormde Jahweh God den mens uit kleiaarde, en blies levensadem in zijn neus; zo werd de mens een levend wezen. 
Nu plantte Jahweh God een tuin in Eden, in het oosten, en plaatste daarin den mens, dien Hij gemaakt had. 
Uit de bodem liet Jahweh God allerlei bomen opschieten, prachtig van vorm en met heerlijke vruchten; en midden in de tuin stond de levensboom, en de boom der kennis van goed en kwaad. 
De slang was het sluwste van alle dieren in het wild, die Jahweh God had gemaakt. Ze sprak tot de vrouw: Heeft God u dan werkelijk verboden, van de bomen in de tuin te eten? 
De vrouw gaf de slang ten antwoord: We mogen de vruchten eten van al de bomen in de tuin; 
alleen heeft God gezegd: ge moogt niet de vruchten eten van de boom, die midden in de tuin staat, en die zelfs niet aanraken; anders zult ge sterven. 
Maar de slang sprak tot de vrouw: Ge zult volstrekt niet sterven. 
Maar God weet, dat uw ogen zullen opengaan, wanneer ge daarvan eet, en dat ge gelijk aan God zult worden door de kennis van goed en kwaad. 
Ook had de vrouw al bemerkt, hoe goed die boom was om van te eten; hoe hij een lust was voor de ogen, en hoe verleidelijk, wanneer men inzicht wil verkrijgen. Ze plukte dus van zijn vrucht en at; ze gaf er ook van aan haar man, die bij haar stond, en ook hij at er van. 
Nu gingen hun beiden de ogen open; ze merkten, dat ze naakt waren. Ze hechtten daarom vijgeblaren aaneen, en maakten er zich een schaamgordel van. 

 


Psalmen 51(50),3-4.5-6.12-13.14.17. 


Erbarm U mijner naar uw genade, o God; Delg mijn misdaden uit naar uw grote ontferming; 
Was mij vlekkeloos schoon van mijn schuld, En reinig mij van mijn zonde. 
Want ik ben mij mijn misdaad bewust, En mijn zonde staat mij steeds voor de geest: 
Tegen U, ach, tegen U heb ik gezondigd, En kwaad in uw ogen gedaan. Zo zult Gij rechtvaardig zijn in uw vonnis, En onberispelijk in uw gericht: 

Schep mij een zuiver hart, o mijn God, En leg in mijn boezem een nieuwe, standvastige geest; 
Verstoot mij niet van uw aanschijn, En neem uw heilige geest niet van mij weg. 
Schenk mij terug de vreugd van uw heil, En versterk in mij de gewillige geest; 
Open mijn lippen, o Heer, En mijn mond verkondigt uw lof. 

 


Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen 5,12-19. 


Zoals dan door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, zo ook is de dood over alle mensen gekomen, omdat allen hebben gezondigd.
Zeker, tot aan de Wet was er zonde in de wereld; maar de zonde wordt niet aangerekend, als er geen Wet bestaat.
En toch heeft de dood geheerst van Adam af tot Moses toe, zelfs over hen, die persoonlijk niet hadden gezondigd naar het voorbeeld der overtreding van Adam, die de voorafbeelding is van Hem, die komen moest.
Maar met de genadegave is het niet gesteld als met de val. Want al zijn door de val van één al die velen gestorven, veel overvloediger is de genade van God en de genadegift van den énen mens, Jesus Christus, over al die velen uitgestort.
Ook is het met de gift niet gesteld als met het vonnis over het zondigen van één. Want het vonnis leidde van één enkele overtreding tot verdoemenis, maar de genade van vele overtredingen tot rechtvaardiging.
En al heeft door de val van één de dood geheerst door dien éne, veel heerlijker zullen zij, die de overvloed der genade en de gave der gerechtigheid ontvangen, in het leven heersen door Eén, door Jesus Christus.
Zoals dus door de val van één over alle mensen verdoemenis is gekomen, zo komt ook door de gerechtigheid van Eén over alle mensen de rechtvaardiging ten leven.
Want zoals door de ongehoorzaamheid van één mens al die velen tot zondaars zijn geworden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van Eén al die velen gerechtvaardigd worden.

 

 

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 4,1-11. 

 

 

1 careme A ev.jpg

 


Toen werd Jesus door den Geest naar de woestijn geleid, om door den duivel te worden bekoord.
En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger.
De bekoorder naderde Hem, en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen brood moeten worden.
Maar Hij antwoordde: Niet van brood alleen leeft de mens, doch van ieder woord, dat komt uit de mond van God.
Toen voerde de duivel Hem naar de heilige stad, plaatste Hem op het dakterras van de tempel,
en zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp U dan naar beneden. Want er staat geschreven: "Zijn engelen zal Hij over u bevelen, en zij zullen u op de handen dragen, opdat ge aan geen steen uw voet zoudt stoten".
Jesus zeide hem: Er staat ook geschreven: "Gij zult den Heer uw God niet beproeven".
Weer nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg, en toonde Hem alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid.
En hij zeide: Dit alles zal ik U geven, zo Gij neervalt en mij aanbidt.
Toen sprak Jesus: Ga heen, satan; want er staat geschreven: "Gij zult den Heer uw God aanbidden, en Hem alleen dienen".
Toen verliet Hem de duivel, en zie, de engelen naderden, en dienden Hem.

 

©Evangelizo.org 2001-2010

08-03-11

Vastenwijzer maakt wegwijs tijdens veertigdagentijd

vastenwijzer.jpgHASSELT (KerkNet) – Het Bisdom Hasselt stelt een vastenpakket ter beschikking voor jongeren, in eerste instantie van 10 tot 14 jaar. Dit omvat een poster, een boekje en een cd-rom. Centraal staat de zoekposter met verschillende taferelen, die een leidraad vormen voor de catechese met jongeren tijdens veertigdagentijd in de klas, bij vieringen, in catechesegroepen of in het gezin.

Lees meer...