06-02-10
God wil met je spreken - Lezingen 5° zondag door het jaar
Lezing uit het boek Isaïas 6,1-2.3-8.

In het sterfjaar van koning Ozias aanschouwde ik den Heer, gezeten op een hoge en heerlijke troon; de sleep van zijn mantel bedekte heel de tempel.
Serafs stonden om Hem heen, elk met zes vleugels; twee om het gelaat, twee om de voeten te bedekken, en twee om te vliegen.
En ze riepen elkander toe: "Heilig, heilig, heilig is Jahweh der heirscharen; de hele aarde is vol van zijn glorie!"
Van hun juichen trilden de drempels in hun voegen, en het hele huis stond vol rook.
Ik riep uit: Wee mij, ik ben verloren! Want ik heb met mijn ogen den Koning, Jahweh der heirscharen, aanschouwd, ofschoon ik een mens ben met onreine lippen, en onder een volk met onreine lippen verblijf.
Maar één der serafs vloog op mij af; met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar had genomen,
raakte hij mijn mond aan, en sprak: Zie, zij heeft uw lippen geraakt; nu is uw schuld verdwenen, uw zonde vergeven.
Nu hoorde ik de stem van den Heer: Wien zal Ik zenden, en wie zal gaan uit onze naam? Ik zeide: Hier ben ik; zend mij!
Psalmen 138(137),1-5.7-8.
Van David. Van ganser harte wil ik U danken, o Jahweh, U roemen hoog boven de goden: Want Gij hebt mijn smeken gehoord.
Ik werp mij neer, naar uw heilige tempel gericht, En verheerlijk uw Naam, Om uw genade en trouw.
Gij hebt onnoemelijk meer gedaan, dan Gij hebt beloofd; Gij hebt mij verhoord, toen ik tot U riep, En mijn zielskracht vermeerderd.
Alle koningen der aarde zullen U loven, o Jahweh; En als zij uw belofte vernemen,
Zullen zij de wegen van Jahweh bezingen. Waarachtig, groot is de glorie van Jahweh;
Gij behoedt mijn leven, als ik in ellende verkeer, Steekt uw hand uit, als mijn vijanden woeden, En uw rechter komt mij te hulp.
Jahweh, volbreng het voor mij ten einde toe: Jahweh laat uw genade duren voor eeuwig; Laat het werk uwer handen niet onvoltooid!
Lezing uit de 1e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 15,1-11.
Broeders, ik herinner u aan het Evangelie, dat ik u heb gepreekt, dat gij ook hebt aangenomen, waarop gij gegrondvest zijt,
en waardoor gij zult worden gered, zo gij vasthoudt aan de zin, waarin ik het u heb verkondigd; in de veronderstelling althans, dat gij niet helemaal onnadenkend zijt gaan geloven.
Want vóór alles heb ik u overgeleverd, wat ik zelf had ontvangen: Christus is voor onze zonden gestorven volgens de Schriften;
Hij is begraven, de derde dag is Hij verrezen volgens de Schriften;
en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalf.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, waarvan de meesten thans nog leven, en slechts enkelen zijn ontslapen.
Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, toen aan alle Apostelen.
Het laatst van allen verscheen Hij aan mij als aan de misdracht.
Ja waarlijk, ik ben de allerminste der Apostelen, niet waardig Apostel genoemd te worden, daar ik Gods Kerk heb vervolgd;
maar door Gods genade ben ik, wat ik ben, en de genade, die Hij me schonk, is niet ijdel geweest, maar meer dan alle anderen heb ik gezwoegd; niet ik, maar Gods genade met mij.
Of ik het nu ben, of de anderen: zó preken wij, en zó hebt gij het geloofd!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 5,1-11.
Toen Hij eens aan de oever van het meer van Gennézaret stond, drong de menigte op Hem aan, om het woord Gods te horen.
Nu zag Hij twee boten liggen aan de oever van het meer; de vissers waren er uitgegaan, en spoelden de netten.
Hij stapte in een der boten, die aan Simon toebehoorde, en verzocht hem, een weinig van wal te steken. Hij zette Zich neer, en begon van de boot uit de menigte te onderrichten.
Toen Hij zijn toespraak had beëindigd, zei Hij tot Simon: Steek nu verder van wal, en werp uw netten uit voor de vangst.
Maar Simon antwoordde Hem: Meester, we hebben de hele nacht gewerkt, en niets gevangen; toch werp ik op uw woord de netten uit.
Ze deden het, en vingen zoveel vis, dat hun net er van scheurde.
Nu wenkten ze hun makkers in de andere boot, om hen te komen helpen. Ze kwamen, en vulden beide boten tot zinkens toe.
Toen Simon Petrus dit zag, viel hij Jesus te voet, en sprak: Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens.
Ontzetting had hem aangegrepen over de vangst, die ze hadden gedaan; hem en allen die bij hem waren,
ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die tot de gezellen van Simon behoorden. Maar Jesus zei tot Simon: Vrees niet; van nu af zult ge mensen vangen.
Toen brachten ze de boten aan wal, verlieten alles, en volgden Hem.
03:24 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: liturgie, zondag, schrift, bijbel, evangelie, roeping, door het jaar |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
04-02-10
Vaticaan publiceert weldra document over broeders
VATICAAN PUBLICEERT WELDRA DOCUMENT OVER BROEDERS
Broeder werd decennialang stiefmoederlijk behandeld

ROME (KerkNet/Kipa-Apic/CNA) – Het Vaticaan publiceert in de herfst een document over het belang van de broeders voor de katholieke Kerk. Dat maakte kardinaal Franc Rodé, prefect van de Congregatie voor het Godgewijde leven, naar aanleiding van de Dag van het Godgewijde Leven bekend.
Broeders zijn geestelijken die geen priesterwijding ontvingen, maar in een kloosterorde of congregatie de drie kloostergeloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid aflegden.
Kardinaal Franc Rodé bevestigde tegenover ‘Radio Vaticaan’ dat het aantal lekenbroeders de voorbije twee decennia spectaculair daalde.
“In de christelijke scholen alleen al verminderde hun aantal van 16.000 in 1965 tot 5.000 vandaag. De daling is nog sterker in klloosterorden en congregaties met zowel paters (die wel de priesterwijding ontvingen) als broeders. Hierin willen wij verandering brengen.”
Kardinaal Franc Rodé herinnert eraan dat de broeders doorheen de geschiedenis in vele sectoren, en niet alleen in het onderwijs, pioniers waren.
Hijzelf schrijft de sterke daling toe aan het feit dat er nauwelijks nog aandacht is voor het eigen charisma van de broeders.
“Het Tweede Vaticaans Concilie noch de documenten van na het Concilie bevestigden het belang van hun roeping, al wordt in de documenten nog wel hier en daar naar hen verwezen. In het document dat in het najaar verschijnt zullen wij de eigen betekenis en identiteit van de broeders, evenals hun mogelijke taken in de liturgie bevestigen.”
De Congregatie voor het Godgewijde leven plant ook nog een document over het gebedsleven van religieuzen.
(Kerknet)
11:00 Gepost door Wally in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: geschiedenis, roeping, katholieke kerk, concilie, scholen, liturgie, vaticaan, geestelijken, broeders, religieuzen, congregatie, radio vaticaan, kloosterorde, franc rode, congregatie voor het godgewijde leven, dag van het godgewijde leven, lekenbroeders |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
05-09-08
Brief aan mijn moeder
Terwijl ik bij mijn stervende moeder ben, val ik op een brief die ik haar gescreven had toen ik naar het seminarie ging vertrekken. Dat was in oktober 1975 ...
"Moeke,
"Voor ik naar het seminarie ga, zou ik toch nog een paar gedachten op papier willen zetten, niet omdat ik ze niet mondeling kan uitdrukken, maar omdat ge ze zoudt kunnen lezen wanneer ge er behoefte aan hebt.
"Ik weet dat ge volledig achter mij stond toen ik mijn roeping kenbaar maakte (letterlijk en figuurlijk), maar ook dat het u soms moeilijk valt omdat ge me zo ver en zo onbereikbaar weet ...
"Ge hebt toen gezegd : 'Wat moet ik daaraan toevoegen ? Ik zal het allemaal in mijn hart bewaren.' ... En dat heeft me doen nadenken over de wijze waarop Maria Jezus' roeping heeft aanvaard, vooral wij de wedervinding van het Kind in de Tempel, bij het begin van zijn openbaar leven, aan het Kruis en bij de Hemelvaart.
"In iedere van die vier situaties heeft Maria de pijn van de scheiding van haar Zoon gevoeld. En ze begreep er niets van, maar ze bewaarde het in haar hart. 'Waarom zoekt u mij ?', zegt Jezus, 'u wist toch wel dat ik moet zijn waar mijn Vader is. Maar zij begreep zijn antwoord niet.' (Lk 2, 49-50). Hoe hard moeten de woorden van Jezus niet geweest zijn voor zijn ouders ?
"Maar Maria heeft alles in stilte gedragen, en daardoor is ze de Medeverlosseres van de wereld geworden. Jezus heeft haar willen nodig hebben. Ze stond erbij, aan het Kruis, toen Hij de geest gaf. Een nieuwe scheiding, radicaler nog dan de vorige, doorboort haar hart als een zwaard. Maar ze is er de Moeder geworden van alle mensen.
"Nu heeft de Vader mij geroepen, moeke, om Christus na te volgen door het priesterschap. En omdat ik bij de zaken van mijn Vader moet zijn, zult ge nog dikwijls de pijn van de scheiding moeten dragen. Maar ik heb u nodig, zoals Jezus zijn Moeder heeft nodig gehad. Door de kracht van het gebed vraag ik u dat ge uw lijden - en uw vreugde ook - bij het lijden en de vreugde zoudt leggen die mij te beurt zullen vallen, en zoals Maria zult ge dan de Moeder worden van alle zondaars die ik tijdens mijn priesterschap tot God heb mogen bekeren. Uw roeping is de stilte, het gebed, het geduld, maar ook de vreugde, die Maria uitstraalt en uizingt in het Magnificat, dat ge dikwijls moet bidden.
"En er is nog iets dat mij getroffen heeft. Waarschijnlijk heeft ook Maria reeds heel vroeg Jozef, haar man, verloren : nog een pijnlijke scheiding. Maar in de hemel heeft Jozef veel meer kunnen doen voor haar, dan op aarde, omdat hij haar voorspreker en beschermer is geweest. 'Mijn lijden heeft een doel. Ik draag het op voor mijn kinderen ; ik offer het ook op voor het Marialegioen. Ik wil ervoor bidden en lijden' : dat waren de woorden van ons vake op zijn sterfbed. Nu bidt hij voor ons in de hemel, en ik ben ervan overtuigd dat het mede door zijn lijden hier op aarde en door zijn voorspraak in de hemel is, dat ik de priesterroeping heb mogen krijgen ...
"'Wat we hier te lijden hebben, weegt niet op tegen de glorie die God ons te zien zal geven', zegt Paulus in zijn Romeinerbrief (8, 18). Weet ge dat de pijn van de scheiding hier op aarde niets zal opwegen tegen de vreugde van het samenzijn in de hemel. Laten we leven naar het voorbeeld van Christus en Maria, en dan zullen we ook ons vake mogen terugzien, samen met mijn twee broers en mijn zuster, onze familieleden, en met die ene, grote familie die de Kerk is, in de glorie van God, voor de eeuwigheid. Amen.
Walter"

Ons moeke, op 25 augustus ll., toen ze zich nog kon verplaatsen. Het was enkele dagen voor mijn 25 jaar priesterjubileum.
Wat ik toen nog niet wist, maar moeke wel, is dat mijn vader op zijn sterfbed in 1957 eigenlijk had gezegd :
"Mijn lijden heeft een doel. Ik draag het op voor mijn kinderen, opdat een ervan zou priester worden ; ik offer het ook op voor het Marialegioen. Ik wil ervoor bidden en lijden."
Maar dat is zo niet op zijn doodsprentje gedrukt, omdat geen van ons zich zou verplicht voelen priester te worden om ons moeke plezier te doen ...
Nu breekt het ogenblik aan van een nieuwe scheiding hier op aarde, maar ook van een wedervinding, vanuit de hemel gezien !
14:52 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: seminarie, ouders, priesterschap, brief, roeping, overlijden, sterven, scheiding, lijden, vregde |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |







