04-03-10

Religieuze congregaties moeten almaar vaker huizen sluiten

RELIGIEUZE CONGREGATIES MOETEN ALMAAR VAKER HUIZEN SLUITEN


Dankbaarheid overheerstals zusters vertrekken, hier uit de Sint-Laurentiusparochie in Betekom
Bron: KERK & leven/Diana Van der Veken

ANTWERPEN (KERK & leven) – Op de regionale bladzijden van de kranten en de streekbladen stoot je er geregeld op: religieuzen die afscheid nemen van de plaatselijke gemeenschap. De cijfers liegen er niet om: in tien jaar tijd sloot bij de mannelijke religieuzen een op de vier huizen de deuren, bij de vrouwelijke religieuzen is dat zelfs drie op de tien. Dat blijkt uit het dossier dat het weekblad KERK & leven deze week publiceert. Het blad buigt zich tegelijk over de vraag wat dat voor katholiek Vlaanderen’ betekent.

In het Nederlandstalige landsgedeelte daalt het aantal kloosterlingen gestaag. Van 2.754 mannen en 9.515 vrouwen in 2005 naar respectievelijk 2.355 en 7.741 in 2009.


Congregaties overleven, maar het aantal huizen slinkt. Van de 46 mannelijke congregaties in 2000 zijn er in 2009 nog 41 aanwezig in onze contreien. Het aantal huizen daalde weliswaar van 302 naar 228. Bij de vrouwelijke religieuzen verdwenen in de tien jaar tijd vier congregaties uit Vlaanderen (van 224 naar 220). De daling van het aantal huizen is echter sterker, van 1.349 in 2000 naar 955 in 2009.


Opmerkelijk is dat Brussel het meeste lijdt onder de sluiting van Nederlandstalige huizen. Een huis op de drie bij de mannelijke, en zelfs twee op de drie bij de vrouwelijke religieuzen, sloten in onze hoofdstad in tien jaar tijd de deuren.


Zusters, broeders, paters. Onmiskenbaar gaven ze ‘katholiek Vlaanderen’ kleur. In ontelbare dorpen, gemeenten en steden droegen ze zorg voor zieken, bouwden ze scholen en timmerden ze aan sociale voorzieningen.


„Een huis sluiten valt altijd zwaar”, vertelt Lutgardis Craeynest aan KERK & leven. Ze is zuster van Don Bosco, voorzitster van de Unie van de Religieuzen van Vlaanderen en van de Europese hogere oversten. Toch zien de religieuzen volgens haar de toekomst vertrouwensvol tegemoet.

„Onze aanwezigheid deed veel bewegen. We oriënteren ons in onze inzet op Christus. Ik meen dat we velen aanzetten tot het zoeken naar het zinvolle, naar God. Die zoektocht stopt niet met ons vertrek.”


„Het slinkende aantal religieuzen geeft ons een beetje het gevoel van paaszaterdag”, besluit zuster Lutgardis. „Doorheen de pijn van het afscheid nemen, kijken we hoopvol uit naar iets nieuws, zonder te weten wat het wordt. Maar we merkten het vaak: waar noden zijn, nemen mensen het voor elkaar op. Daarin geloven we rotsvast.”

(Kerknet)

24-02-10

'Religieuzen moeten getuigenis van hoop blijven geven'

‘RELIGIEUZEN MOETEN GETUIGENIS VAN HOOP BLIJVEN GEVEN IN EUROPA’


Bron: KerkNet

BRUSSEL (KerkNet) – Het religieuze leven is een geschenk voor Europa. Wij moeten een getuigenis van hoop blijven afleggen. Dat zegt zuster Lutgardis Craeynest, voorzitter van de Unie van Europese hogere oversten (UCESM), naar aanleiding van het recente tweejaarlijkse overleg van honderd mannelijke en vrouwelijke hogere oversten uit 25 Europese landen in het Poolse bedevaartsoord Czestochowa.


Zuster Lutgardis:

“Een indrukwekkend onderdeel van onze ontmoeting was het bezoek aan het concentratiekamp van Auschwitz-Birkenau. Wij zagen daar waartoe de mens in staat is. Maar ook in deze omstandigheden stonden mensen op zoals pater Maximiliaan Kolbe of Edith Stein.”


“Het tweejaarlijkse overleg in Czestochowa maakte een sterke indruk op de deelnemers wegens de contacten onder elkaar, door de herontdekking van onze roeping als antwoord op de noden in Europa en door de sterke heropleving van het religieuze leven in Oost-Europa.”


Zuster Lutgardis Craeynest erkent dat West-Europa geconfronteerd wordt met een sterke terugval van het aantal roepingen.

“Religieuzen in onze streken probeerden steeds een antwoord te geven op heel concrete situaties. Dat werk wordt nu vaak door leken voortgezet. Religieuzen leverden hier een blijvende bijdrage. Een van de grootste noden waarop wij nu een antwoord moeten bieden is de spirituele nood. Daarop kunnen wij inspelen met onze aanwezigheid. Bovendien is het onze opdracht om een antwoord te blijven geven, waar anderen dat vandaag niet doen. Ik denk aan de religieuzen die mensen opvangen die geen thuis hebben en waarvoor speciaal ruimte wordt voorbehouden of de opvang van vrouwen en kinderen die nergens terecht kunnen. Ook de internaten en het bijspringen in parochies blijven een belangrijke opdracht.”

(Kerknet)

30-01-10

Dag van het religieuze leven

DAG VAN HET RELIGIEUZE LEVEN


Zuster Lutgardis Craeynest, voorzitster van de Unie van Religieuzen van Vlaanderen (URV)
Bron: URV

BRUSSEL (Kerknet) – Naar aanleiding van de Dag van het Religieuze Leven, die wereldwijd gevierd wordt, komen Vlaamse religieuzen op vele plaatsen samen om te bidden en elkaar te bemoedigen. Zo is er op zondag 31 januari om 15 uur een gebedsdienst in de kerk van de paters Kruisheren in Hasselt.

Vlaanderen telt momenteel 9.500 religieuzen, onder wie 7.500 vrouwelijke religieuzen en 2.000 mannelijke.

Paus Joannes-Paulus II riep 2 februari in 2000 wereldwijd uit tot Dag van het Religieuze Leven. De viering van de ‘Opdracht van Jezus in de tempel’ (Lichtmis) biedt religieuzen de kans om biddend stil te staan bij de toewijding aan God en aan de mensen.

 

 

 

Hoop voor de geschiedenis


Zuster Lutgardis Craeynest, voorzitster van de Unie van Religieuzen van Vlaanderen (URV), spreekt in een brief aan alle religieuzen in Vlaanderen de hoop uit dat deze dag mag bijdragen tot een sterkere bewustwording van de plaats van de religieuzen in Kerk en maatschappij:

“Waar we ons ook bevinden zien we scholen, ziekenhuizen, sociale en culturele werken als zovele getuigen van jarenlange creatieve en edelmoedige inzet van religieuzen. De geschiedenis van het religieuze leven is een aaneenschakeling van zien, horen, merken en lenigen van menselijke noden.”


Zuster Lutgardis erkent dat vele van deze ‘caritatieve’ werken inmiddels zijn overgenomen door de staat.

“Bovendien nemen de roepingen – om verschillende redenen – zeer sterk af en wij worden geconfronteerd met vergrijzing en een sterk dalend aantal religieuzen. Toch beweer ik dat onze taak helemaal niet af is. Meer dan ooit moet onze diepste motivatie van onze inzet duidelijk zijn: hartstochtelijke liefde voor Christus en hartstochtelijke liefde voor de mensen als gemeenschap beleefd. De wereld, Europa, ja Vlaanderen, dorst naar spiritualiteit - niet als een gevoelig modeverschijnsel, maar als levensechte verbondenheid met de Verrezen Heer. Zo alleen worden we van geschiedenissen van hoop, hoop voor de geschiedenis.”

(Kerknet)