23-06-10

Vaticaanse archeologen ontdekken oudste bekende afbeeldingen van de apostelen


De afbeelding van Petrus
Bron: Persdienst Vaticaanstad

BRUSSEL (KerkNet) – Vaticaanse archeologen hebben onder het gebouw van een verzekeringsmaatschappij in een arbeiderswijk in Rome de oudste bekende afbeeldingen van de apostelen ontdekt. De iconen zijn teruggevonden op de zoldering van een grafkamer in de catacomben van Tekla, op vijfhonderd meter van de basiliek van Sint-Paulus-buiten-de-Muren.

Dat is in Rome bekendgemaakt door de Pauselijke Commissie voor Sacrale Archeologie. De commissie is onder meer belast met het beheer van de 120 catacomben in Rome en omgeving. Net als de beeldvorming van Christus, veranderde ook de voorstelling van de apostelen doorheen de eeuwen. De ontdekte afbeeldingen geven kunsthistorici een duidelijker beeld van de voorstelling van de apostelen in de eerste eeuwen van het christendom.

Lasertechniek

 


De onderzoekers kwamen de kunstwerken op het spoor dankzij aantekeningen uit de achttiende eeuw. De uiteindelijke ontdekking werd mogelijk door een gesofistikeerde lasertechniek die de archeologen in staat stelde om de witte kalklagen met grote precisie te verwijderen en de schilderingen uit de 2de helft van de 4de eeuw terug te vinden en te herstellen.

“De laser veroorzaakt een soort mini-explosie met stoom. Door die reactie kan de kalklaag makkelijk verwijderd worden”, legt restauratieverantwoordelijke Barbara Mazzei uit. Dankzij de techniek zijn de donkere kleuren van de kostbare iconen nauwelijks beschadigd.


Goede Herder

 


Op de grote icoon op het plafond staat de afbeelding van Christus als de Goede Herder centraal. In de vier hoeken zijn naast de afbeelding van St.-Paulus, waarvan het bestaan al een jaar geleden wereldkundig werd gemaakt, ook de apostelen Petrus, Johannes en Andreas te zien. De wanden van de grafkamer bevatten christelijke symbolen, Bijbelse afbeeldingen en verwijzingen naar de christelijke martelaren.

“Het zijn de oudste bekende afbeeldingen van het gezicht van apostelen”, stelt archeoloog Fabrizio Bisconti. De restauratie met de lasertechniek, die voor het eerst werd gebruikt, kostte 60.000 euro.

(Kerknet)

02-04-10

God wil met je spreken - Lezingen voor Goede Vrijdag

Lezing uit het boek Isaïas 52,13-15.53,1-12.

 

vendredi saint 1 lect2.

 

Zie, mijn Dienaar zal stijgen in aanzien, En worden verhoogd en verheven; Even hoog zal Hij stijgen, Als velen verslagen over Hem stonden.
Nu is zijn gelaat wel onmenselijk verwrongen, En heeft zijn gestalte niets menselijks meer;
Maar eens zullen vele volken bij zijn aanblik ontroeren, En koningen hun mond voor Hem sluiten. Want dan zullen ze zien wat hun nooit was verkondigd, Aanschouwen wat ze nimmer nog hadden gehoord;
Wie toch zou geloven, wat òns is voorspeld, Wien is Jahweh’s arm geopenbaard?

 

vendredi saint 1 lect1.

 

Als een vormeloos rijsje schiet Hij omhoog, Als een wortel uit dorstige grond; Zonder gestalte of luister, waar we naar opzien, Zonder gratie, die ons behaagt.
Veracht, en door de mensen verstoten, Man van smarten, met lijden bezocht: Voor wien wij ons het gelaat bedekken, Dien wij versmaden en verachten.
En toch, Hij draagt ònze kwalen, En torst ònze smarten; Maar wij beschouwen Hem als een melaatse, Geslagen, vernederd door Gòd.
Om ònze zonden wordt Hij doorboord, Om ònze misdaden wordt Hij gebroken; Op Hem rust de straf, ons ten heil, Door zijn striemen komt òns genezing.
Als schapen doolden wij allen rond, En ieder van ons ging zijns weegs; Maar Jahweh laat Hem ontmoeten Ons aller schuld.

 

vendredi saint 1 lect.

 

Hij wordt mishandeld, maar verdraagt het geduldig, En opent zijn mond niet: Als een lam, naar de slachtbank geleid, Als een schaap, dat verstomt voor zijn scheerders.
Men sleept Hem uit kerker en rechtzaal ter dood, Wie bekommert zich nog om zijn lot; Uit het land der levenden wordt Hij gestoten, Ter dood gebracht om de schuld van zijn volk.
Bij de goddelozen plaatst men zijn graf, Bij de zondaars zijn tombe; Toch had Hij geen onrecht gepleegd, Nooit was er bedrog in zijn mond.
Neen, maar het had Jahweh behaagd, Hem door lijden te breken, En als waarachtig zoenoffer Zijn leven te nemen. Nu zal Hij zijn kroost zien in lengte van dagen, Als Hij volbracht heeft wat Jahweh behaagt;
Hij zal het leven aanschouwen, van smarten bevrijd, En verzadigd worden van kennis. Zelf rechtvaardig, zal mijn Dienaar velen tot gerechtigheid brengen, Wier ongerechtigheid Hij heeft gedragen;
Zo zal Ik Hem velen tot erfdeel schenken, Zal Hij talrijke scharen ontvangen als deel van zijn buit. Daarom geeft Hij zijn leven prijs aan de dood, En laat zich onder de boosdoeners tellen; Draagt Hij de misdaad van velen, En bidt voor de zondaars!

Psalmen 31,2.6.12-13.15-16.17.25.

Laat mij nooit beschaamd komen staan. Geef mij uitkomst door uw genade,
In úw handen beveel ik mijn geest. Gij verlost mij, Jahweh, trouwe God,
Voor al mijn vijanden Ben ik een spot; Voor mijn buren een afschuw, Voor bekenden een schrik. Die mij op straat ziet, Vlucht voor mij weg;
Als een dode ben ik uit de harten verbannen, Weggegooid als een pot.
Maar ik blijf op U hopen, o Jahweh, En zeggen: Gij zijt mijn God!
Mijn lot blijft in uw handen liggen; Verlos mij van mijn vijand en vervolgers.
Laat uw aanschijn lichten over uw dienaar; Red mij door uw genade.
Houdt moed, weest onverschrokken van hart, Gij allen, die op Jahweh hoopt!

Lezing uit de brief aan de Hebreën 4,14-16.5,7-9.

Daar we nu een groten Hogepriester hebben, die in de hemelen is doorgedrongen, Jesus, den zoon van God, zo laat ons vasthouden aan de belijdenis.
Want we hebben geen Hogepriester, die onze zwakheden niet meevoelen kan, maar Eén, die bekoord werd geheel op dezelfde wijze als wij, behoudens de zonde.
Laat ons dus met vertrouwen opgaan tot de troon der genade, om barmhartigheid te verkrijgen, en genade te vinden tot tijdige hulp.
En ofschoon Hij in de dagen van zijn Vlees, onder luid geroep en tranen, gebeden en smekingen heeft opgestierd tot Hem, die Hem van de dood kon redden; ofschoon Hij verhoord werd terwille van zijn godvrezendheid;
ofschoon Hij bovendien zelfs de Zoon was, heeft Hij toch door zijn lijden de gehoorzaamheid geleerd,
en is Hij na zijn verheerlijking de oorzaak van eeuwige zaligheid geworden voor allen, die Hem gehoorzaam zijn;

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 18,1-40.19,1-42.

Na deze rede ging Jesus met zijn leerlingen naar buiten, de Kedronbeek over; daar was een hof, die Hij met zijn leerlingen binnenging.
Ook Judas, zijn verrader, kende de plaats, omdat Jesus daar dikwijls met zijn leerlingen was samengekomen.

 

judas

Judas nam dus de krijgsbende en de trawanten der opperpriesters en farizeën met zich mee, en trok er heen met lantaarnen, fakkels en wapens.
Jesus, bewust van al wat Hem overkomen zou, trad naar voren, en sprak tot hen: Wien zoekt gij?
Men antwoordde Hem: Jesus van Názaret. Jesus zeide hun: Ik ben het. Ook Judas, die Hem verried, stond bij hen.
Maar toen Hij hun zeide: "Ik ben het"‘, deinsden ze terug, en vielen ter aarde.
Hij vroeg hun opnieuw: Wien zoekt gij? Ze zeiden: Jesus van Názaret.
Jesus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Zo gij Mij zoekt, laat hèn dan gaan.
Want het woord moest worden vervuld, dat Hij gesproken had: Van hen, die Gij Mij hebt gegeven, heb Ik niemand verloren doen gaan.
Toen trok Simon Petrus het zwaard, dat hij droeg, trof den knecht van den hogepriester, en sloeg hem het rechteroor af. De knecht heette Malchus.
Maar Jesus sprak tot Petrus: Steek het zwaard in de schede; of zou Ik de beker niet drinken, die de Vader Mij heeft gegeven?
Nu namen de krijgsbenden met den hoofdman en de trawanten der Joden Jesus gevangen, en boeiden Hem.
Het eerst voerden ze Hem naar Annas; want hij was de schoonvader van Káifas, die dat jaar hogepriester was.
Het was die Káifas, die aan de Joden de raad had gegeven: Het is goed, dat één mens sterft voor het volk.
Simon Petrus en een andere leerling waren Jesus gevolgd. Deze leerling nu was met den hogepriester bekend; hij ging met Jesus de voorhof van den hogepriester binnen,
terwijl Petrus buiten aan de deur bleef staan. Nu kwam echter de andere leerling, die met den hogepriester bekend was, naar buiten, sprak met de deurwachteres, en bracht Petrus naar binnen.
Maar het dienstmeisje, de deurwachteres, zei tot Petrus: Zijt gij ook niet een der leerlingen van dien man? Hij zei: Neen.
Daar het koud was, hadden de knechten en trawanten een kolenvuur aangelegd, en stonden zich te warmen. Ook Petrus stond zich bij hen te warmen.
De hogepriester ondervroeg Jesus nu over zijn leerlingen en over zijn leer.
Jesus antwoordde hem: Ik heb openlijk tot de wereld gesproken; Ik heb altijd in de synagoge en in de tempel geleerd, waar alle Joden samenkomen, en nooit heb Ik iets in het geheim gezegd.
Wat ondervraagt ge Mij? Ondervraag hen, die gehoord hebben, wat Ik tot hen heb gesproken. Zie, zij weten, wat Ik gezegd heb.
Bij deze woorden gaf een der trawanten, die bij Jesus had post gevat, Hem een kaakslag, en zeide: Antwoordt Gij den hogepriester zó?
Jesus antwoordde hem: Als Ik verkeerd heb gesproken, bewijs dan, dat het verkeerd was; maar heb Ik goed gesproken, waarom slaat ge Mij dan?
Toen zond Annas Hem geboeid naar den hogepriester Káifas.
Intussen stond Simon Petrus zich te warmen. En men zeide hem: Zijt ook gij niet een van zijn leerlingen? Hij ontkende het, en sprak: Neen.
Een der knechten van den hogepriester, een bloedverwant van hem, dien Petrus het oor had afgeslagen, sprak tot hem: Heb ik u in de hof niet bij Hem gezien?
Opnieuw ontkende Petrus, en aanstonds kraaide een haan.
Nu leidden ze Jesus van Káifas naar het rechthuis; het was nog vroeg in de morgen. Maar zelf traden ze het rechthuis niet binnen, om zich niet te verontreinigen, en het Pascha te kunnen eten.
Daarom kwam Pilatus naar buiten, en sprak tot hen: Welke aanklacht brengt gij in tegen dezen man?
Ze antwoordden hem: Zo Hij geen boosdoener was, zouden we Hem niet aan u hebben overgeleverd.
Pilatus sprak tot hen: Neemt gij Hem zelf, en vonnist Hem volgens uw Wet. De Joden zeiden hem: Wij hebben het recht niet, om iemand te doden.
Zo zou het woord worden vervuld, dat Jesus gesproken had, toen Hij te kennen gaf, wat voor dood Hij zou sterven.
Nu ging Pilatus weer het rechthuis binnen, riep Jesus, en sprak tot Hem: Zijt Gij de koning der Joden?
Jesus antwoordde: Zegt ge dit uit uzelf, of hebben anderen u dit van Mij gezegd?
Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood? Uw volk en de opperpriesters hebben U aan mij overgeleverd. Wat hebt Gij gedaan?
Jesus antwoordde: Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Indien mijn koninkrijk van deze wereld was, dan zouden mijn dienaars zich te weer hebben gesteld, opdat Ik niet aan de Joden werd overgeleverd; maar mijn koninkrijk is niet van hier.
Pilatus zei Hem: Gij zijt dan toch koning? Jesus antwoordde: Gij zegt het; Ik ben koning. Ik ben geboren en in de wereld gekomen, juist om te getuigen voor de waarheid. Alwie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem.
Pilatus zei Hem: Wat is waarheid? Na deze woorden ging hij naar de Joden terug, en sprak tot hen: Ik vind volstrekt geen schuld in Hem.
Maar gij hebt een gewoonterecht, dat ik u iemand vrijlaat bij gelegenheid van het paasfeest. Wilt gij dus, dat ik u den koning der Joden vrijlaat?
Toen begonnen ze opnieuw te schreeuwen, en riepen: Niet Hem, maar Barabbas. Barabbas nu was een rover.
Toen liet Pilatus Jesus geselen.

 

flagellation

 

En de soldaten vlochten een kroon van doornen, en zetten ze Hem op het hoofd; ze wierpen Hem een purperen mantel om,
traden op Hem toe, en zeiden: Wees gegroet, koning der Joden. En ze sloegen Hem in het gelaat.
Nu kwam Pilatus weer naar buiten, en sprak tot hen: Zie, ik breng Hem u naar buiten, om u te doen weten, dat ik volstrekt geen schuld in Hem vind.
Jesus kwam dus naar buiten, met de doornenkroon en de purperen mantel. En hij sprak tot hen: Ziet den mens.

 

couronne depines

 

Maar toen de opperpriesters en trawanten Hem zagen, schreeuwden ze het uit: Aan het kruis, aan het kruis met Hem! Pilatus zei hun: Neemt Hem zelf, en kruisigt Hem; want ik vind geen schuld in Hem.
De Joden antwoordden hem: We hebben een Wet, en volgens de Wet moet Hij sterven; want Hij heeft Zich uitgegeven voor Zoon van God.
Toen Pilatus dit hoorde, werd hij nog meer bevreesd.
Hij ging opnieuw het rechthuis binnen, en sprak tot Jesus: Van waar zijt Gij? Maar Jesus gaf hem geen antwoord.

 

jesus silence

 

Pilatus zeide Hem dus: Staat Gij mij niet te woord? Weet Gij niet, dat ik de macht heb, om U vrij te laten, en de macht, om U te kruisigen?
Jesus antwoordde: Ge zoudt niet de minste macht over Mij hebben, zo ze u niet van hogerhand was gegeven; die Mij aan u heeft overgeleverd, draagt daarom groter schuld.
Om die reden trachtte Pilatus Hem in vrijheid te stellen. Maar de Joden schreeuwden het uit: Als ge Hem vrijlaat, zijt ge niet keizersgezind. Wie zich voor koning uitgeeft, staat tegen den keizer op.
Toen Pilatus dit hoorde, leidde hij Jesus naar buiten, en zette zich op de rechterstoel neer, op de plaats die Litostrótos heet, Gábbata in het hebreeuws.
Het was nu daags voor het paasfeest, ongeveer het zesde uur. En hij sprak tot de Joden: Ziet uw koning.
Maar ze schreeuwden: Weg, weg met Hem! Kruisig Hem! Pilatus zei hun: Zal ik uw Koning kruisigen? De opperpriesters antwoordden: We hebben geen koning dan Caesar.
Toen gaf hij Hem aan hen over, om gekruisigd te worden.

 

portement de croix1

 

Men voerde Jesus dus weg;
Zelf droeg Hij het kruis. Zo trok Hij naar buiten naar de zogenaamde Schedelplaats, die in het hebreeuws Gólgota wordt genoemd.
Daar kruisigde men Hem; en met Hem nog twee anderen, aan elke zijde één, en Jesus in het midden.

 

crucifixion

 

Pilatus had ook een opschrift doen schrijven, en het aan het kruis laten hechten. Er stond op geschreven: Jesus van Názaret, de Koning der Joden.
Vele Joden lazen dit opschrift; want de plaats waar Jesus gekruisigd werd, lag dicht bij de stad, en het was geschreven in het hebreeuws, grieks en latijn.
De opperpriesters der Joden zeiden dus tot Pilatus: Schrijf niet: De koning der Joden; maar: Hij heeft gezegd: Ik ben de koning der Joden.
Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, blijft geschreven.
Toen de soldaten Jesus dus hadden gekruisigd, namen ze zijn klederen in bezit, en verdeelden ze in vieren; één deel voor elken soldaat, behalve nog het onderkleed. Dat onderkleed was zonder naad, uit één stuk geweven van boven tot onder.
Ze zeiden dus tot elkander: Laten we het niet in stukken scheuren, maar er om loten, wie het krijgt. Zo zou de Schrift worden vervuld: "Ze hebben mijn klederen onder elkander verdeeld, En over mijn gewaad het lot geworpen." En zo deden het dus de soldaten.
Bij het kruis van Jesus stonden zijn moeder, de zuster zijner moeder, Maria van Klopas en Maria Magdalena.
Jesus zag zijn moeder staan, en naast haar den leerling, dien Hij beminde. En Hij sprak tot zijn moeder: Vrouw, ziedaar uw zoon.
Daarna sprak Hij tot den leerling: Ziedaar uw moeder. En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich op.
Toen wist Jesus, dat thans alles was volbracht; Hij sprak, opdat de Schrift zou worden vervuld: Ik heb dorst.
Er stond daar een kruik met azijn; men stak dan een spons vol azijn op een hysopstengel, en bracht ze Hem aan de mond.
Toen Jesus de azijn had genuttigd, zeide Hij: Het is volbracht. Hij boog het hoofd, en gaf de geest.
Daar het daags voor het paasfeest was, en er op de sabbat geen lijken aan het kruis mochten blijven, (het was nog wel een grote sabbat,) verzochten de Joden aan Pilatus, dat men hun de benen zou breken, en hen afnemen.
Daarom kwamen de soldaten en braken de benen van den eerste, die met Hem was gekruisigd, daarna die van den tweede.
Toen ze bij Jesus waren gekomen en zagen, dat Hij reeds was gestorven, braken ze Hem de benen niet.
Maar een der soldaten doorboorde met een lans zijn zijde; en aanstonds vloeide er bloed uit en water.

 

coeur transpercé

 

En hij, die het gezien heeft, legt er getuigenis van af, opdat ook gij geloven moogt. Zijn getuigenis is waarachtig; ook Hij weet, dat hij de waarheid zegt.
Want dit is geschied, opdat de Schrift zou worden vervuld: "Geen been zal Hem verbrijzeld worden".
En weer een ander Schriftwoord zegt: "Ze zullen opzien tot Hem, dien ze hebben doorboord".
Josef van Arimatea, die een leerling van Jesus was, maar alleen in het geheim uit vrees voor de Joden, vroeg daarna verlof aan Pilatus, om Jesus’ lichaam te mogen afnemen; en Pilatus stond het hem toe. Hij kwam dan, en nam zijn lichaam af.

 

mise au tombeau

 

Nikodemus, die vroeger Hem ‘s nachts had bezocht, kwam eveneens, en bracht een mengsel mee van mirre-hars en aloë-bladeren, ongeveer honderd pond.
Ze namen het lichaam van Jesus, en wikkelden het in lijnwaad, te zamen met de geurige kruiden, zoals het onder de Joden bij begrafenis de gewoonte is.
Nu lag er op de plaats, waar Hij was gekruisigd, een hof, en in de hof een nieuw graf, waarin nog niemand was bijgezet.
Daar het de vooravond van het paasfeest der Joden was, en het graf dichtbij, legden ze Jesus daarin neer.

 

©Evangelizo.org 2001-2010

27-02-09

'Wall-E' beste spirituele film

BRUSSEL (KerkNet/ChristianPost/Beliefnet) – ‘Movieguide’, Amerikaans katholiek filmtijdschrift, roept ‘Wall-E’ uit tot beste spirituele film van 2008.

‘Wall-E’ haalde het tijdens de Oscaruitreiking in de categorie ‘Beste Animatiefilm’ eerder deze week ook al van de animatiefilms ‘Bolt’ en ‘Kung Fu Panda’. De animatiefilm vertelt over een robotje dat als enige achterblijft wanneer de vervuilde aarde in de 27ste eeuw is ontruimd.

‘Movieguide’ prijst de film om zijn gezinsvriendelijkheid en noemt ‘Wall-E’ een illustratie van het vijftiende hoofdstuk van het evangelie van Johannes (“Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.”). “Dit is zonder enige twijfel de beste gezinsfilm van 2008”, meent het blad. “De film illustreert ook mooi de christelijke waarden van medeleven, vriendelijkheid, respect en vele andere kardinale deugden.”

Ook de bekende Amerikaanse godsdienstwebsite Beliefnet roept ‘Wall-E’ uit tot beste spirituele film van 2008. De Amerikaanse filmcriticus en zuster Rose Pacatte prijst ‘Wall-E’ zelfs als de beste film die de Disneystudio’s ooit hebben voortgebracht.

(Kerknet)

 

 



05-01-09

West-Vlaamse oecumenespecialist wordt bisschop Antwerpen



ANTWERPEN (KerkNet) - De West-Vlaamse priester en Vaticaanse oecumenespecialist Johan Bonny (53), sinds 1997 rector van het Belgische College in Rome en staflid van de Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid onder de Christenen, wordt vanmiddag 4 januari 2009 om 15 uur in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen tot 22ste bisschop van Antwerpen gewijd.


 

johan.bonny

Mgr. Johan Bonny

Bron: KerkNet

 

Als bisschopsleuze koos de nieuwe bisschop voor: ‘Het Lam zal hen weiden’, een vers uit het boek Apokalyps of het Boek van de Openbaring. 


Johan Bonny werd op 10 juli 1955 geboren in Oostende. Hij is priester van het bisdom Brugge en werd in 1980 door bisschop Emiel-Jozef De Smedt tot priester gewijd. In 1982 volgde zijn benoeming tot professor aan het Brugse grootseminarie, waar hij ook archivaris werd. Hij volgt mgr. Paul Van den Berghe op, die op 7 januari 1933 geboren werd in Geraardsbergen en op 7 september 1980 tot bisschop van Antwerpen werd gewijd. Het bisdom Antwerpen werd opgericht in 1559, met de bul ‘Super Universas’ van paus Paulus IV, maar pas in 1570 bekleedde Franciscus Sonnius (Frans van der Velde) als eerste bisschop van Antwerpen de zetel. Het bisdom werd in 1801, na de Franse Revolutie, opnieuw afgeschaft met het concordaat tussen Napoleon en paus Pius VII en het werd toen bij het aartsbisdom Mechelen gevoegd. In 1961 werd het heropgericht door de bul ‘Christi Ecclesia’. Het diocees van Antwerpen omvat de Antwerpse provincie, met uitzondering van de kantons Duffel, Mechelen, Puurs en Willebroek, die tot het aartsbisdom Mechelen-Brussel behoren, en de gemeenten Zwijndrecht en Burcht, die deel uitmaken van het bisdom Gent.

(Kerknet)


Biografie Mgr. Johan Bonny

 

Johan Bonny is geboren in Oostende op 10 juli 1955. Hij is de oudste van vijf kinderen in het gezin van Gustaaf Bonny (+) en Marie-Jeanne Lootens. Zijn ouders baatten een landbouwbedrijf uit, eerst te Eernegem nadien te Moere (Gistel). Hij doorliep de lagere school in Eernegem en Moere. Hij volgde het lager middelbaar onderwijs aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege te Gistel en het hoger middelbaar onderwijs aan het Sint-Janscollege te Meldert.

 

In 1973 begon hij de priesteropleiding aan het Grootseminarie te Brugge. In 1974-1976 behaalde hij het baccalaureaat in de filosofie aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1976-1979 behaalde hij het baccalaureaat in de theologie aan het Grootseminarie te Brugge. Hij zette zijn opleiding verder aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana te Rome, waar hij in 1981 de licentie in de theologie behaalde en in 1988 het doctoraat in de theologie, met een thesis over “Het ‘ghemeyne leven’ in de werken van Jan van Ruusbroec”. Op 20 juli 1980 werd hij priester gewijd door Mgr. Emiel Jozef De Smedt, bisschop van Brugge, in de parochiekerk van Moere (Gistel).


In 1982 werd Johan Bonny door Mgr. De Smedt benoemd tot professor en archivaris aan het Grootseminarie van Brugge. In de afdeling theologie was hij verantwoordelijk voor de vakken kerkgeschiedenis, ecclesiologie, oecumene en spiritualiteit. Hij was directeur van diezelfde afdeling van 1985 tot 1991 en geestelijk directeur van 1991 tot 1997.

 

Daarnaast was hij betrokken bij het vormingswerk voor religieuzen en leken, ondermeer in Groenhove en in de Theologische Academie van het bisdom Brugge. Ook was hij actief in diverse kringen van jeugdwerk en jeugdpastoraal, onder meer als proost in KSA-Noordzeegouw, als proost van het Jong Kristen Onthaal voor Toerisme en als pastorale begeleider van de initiatieven voor jongeren en gezinnen georganiseerd door de Dienst voor Evangelisatie. Hij was ook betrokken bij de stichting en nadien bij de begeleiding van een Arkgemeenschap in Moerkerke.

 

Op oecumenisch vlak was hij voorzitter van de Diocesane Commissie voor Oecumene van het bisdom Brugge en verantwoordelijk voor de oecumenische ‘verbroedering’ tussen het bisdom Brugge, het anglicaanse bisdom Lincoln (GB) en het katholieke bisdom Nottingham (GB). Hij was ook lid van de Katholieke Nationale Commissie voor Oecumene en van de nationale subcommissie voor de relaties tussen de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerken. Hij was lid en vicemoderator van de Priesterraad van het Bisdom Brugge.

 

In 1997 verhuisde Johan Bonny naar Rome voor een dubbele functie. Door het Vaticaan werd hij benoemd tot staflid van de Pauselijke Raad voor de Bevordering van de Eenheid van de Christenen. Daar werkte hij samen met kardinaal Walter Kasper. Johan Bonny was verantwoordelijk voor de oecumenische relaties tussen de katholieke Kerk en de orthodoxe Kerken, hoofdzakelijk in het Midden-Oosten. Hij nam deel aan theologische dialogen met de orthodoxe Kerk, met de oosters-orthodoxe Kerken (ondermeer de Koptische, de Syrische, de Armeense en de Malankaarse Kerk) en met de Assyrische Kerk.


Ook verzorgde hij de relaties tussen de Raad en een aantal gemeenschappen of bewegingen, zoals Taizé en de Arkgemeenschap. Tegelijk werd Johan Bonny door kardinaal Godfried Danneels en de Belgische bisschoppen benoemd tot rector van het Belgisch Pauselijk College in Rome. Naast jonge priesters uit alle Belgische bisdommen ontving hij op het Belgisch College ook een aantal Afrikaanse priesters en Grieks-orthodoxe studenten.


Het Belgisch College bleef in deze jaren tegelijk het huis van de Belgische bisschoppen, wanneer die in Rome verblijven.


 

lam.vaneyck

 

Bisschopsleuze Mgr. Johan Bonny: “Het Lam zal hen weiden” De leuze is genomen uit het laatste boek van de Bijbel, de Apokalyps of de Openbaring van Johannes: Het Lam zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven en God zal alle tranen van hun ogen wissen (Apk 7,17).

 

De woorden over het Lam zijn bijzonder verbonden met de naam Johannes. Zo staat in het Johannesevangelie dat Jezus door Johannes de Doper werd aangewezen met de woorden: Zie het Lam Gods. In de Apokalyps – ook een boek dat op naam staat van een Johannes – troont het Lam, dat de gestorven en verrezen Jezus symboliseert, te midden van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Het Lam is daar licht, troost en vreugde.

 

De teksten over het Lam zijn de nieuwe bisschop altijd dierbaar geweest. Ze verwijzen ook naar zijn eigen doopnaam en de naam van zijn patroonheiligen: de Doper en de Evangelist.

 

Het vers uit de Apokalyps zegt veel over wat een herder is en wat hij doet. En dus ook over de bisschop die ‘herder’ is te midden van zijn mensen. Toch is en blijft Christus de eigenlijke herder van een bisdom. De bisschop behoort samen met alle gedoopten tot een gemeenschap, die allereerst door Christus wordt ‘geherderd’.

 

Hetzelfde vers vermeldt twee dingen over wat een herder doet. Vooreerst stapt een herder mee met de kudde tot bij de bron van helder water, waar ze kan drinken en gemeenschap vormen. Die bron is het evangelie. Daaruit spruit het leven dat in evangelieprediking en sacramenten de plaatselijke Kerk voedt en laaft.

 

Ten tweede zegt de tekst dat een herder de tranen wist. Hoeveel mensen gaan niet gebukt onder pijn en verdriet, onder eenzaamheid en onmacht? Een goede herder zal hun tranen zien en drogen, zoals God dat doet. Zo is de bisschop gezonden om de bron van het levend water – het evangelie – te laten stromen en om mensen nabij te zijn.

 

Het beeld van het Lam is ook nauw verbonden met de eucharistie. Zeggen we niet in het Gloria (Eer aan God): Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader? En bij de communie roepen we drie keer tot het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, voordat de priester zegt: Zie het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld. In de eucharistie ontmoet en ontvangt de geloofsgemeenschap haar levende Heer, de Herder die ook

Lam is, opdat allen zouden leven. Elke gemeenschap die eucharistie viert – hoe klein of arm ze ook is – is een voorafbeelding van de eindtijdelijke maaltijd van het Lam in de nieuwe Stad van God. Elke bisschop verlangt dan ook om met veel gemeenschappen, groot en klein, eucharistie te vieren, samen te komen rond de tafel van de Heer. Die viering geeft hun nieuwe kracht om naar buiten te gaan, om dienstbaar te zijn aan de samenleving en te bouwen aan een betere wereld voor alle mensen.

 


Het bisdom Antwerpen


Het bisdom Antwerpen werd opgericht in 1559 en afgeschaft in 1801. In 1961 werd het bisdom heropgericht.

 

Patrones van het bisdom en van de kathedraal: Onze-Lieve-Vrouw ten Hemel Opgenomen.

Het bisdom Antwerpen valt niet volledig samen met de provincie Antwerpen. De kantons Duffel, Mechelen, Puurs en Willebroek behoren tot het aartsbisdom Mechelen-Brussel, de gemeente Zwijndrecht tot het bisdom Gent.


Oppervlakte: 2.570 km2.


Ca. 1,5 miljoen inwoners.


Het bisdom Antwerpen is ingedeeld in 5 dekenaten, 48 federaties, 299 parochies en 9 kapelanijen.

 

Enkele cijfers:

- 530 priesters, waarvan 370 diocesane priesters

- 139 priesters (100 diocesane, 39 reguliere priesters) actief in de parochiepastoraal

- 79 permanente diakens, waarvan 47 actief in de parochiepastoraal

- 174 pastorale werksters, waarvan 61 actief als parochieassistente

- 5 seminaristen

- 38 mannenkloosters

- 225 vrouwenkloosters


Mgr. Johan Bonny is de 22ste bisschop van Antwerpen.