09-03-10

Caritas International neemt het op voor huispersoneel



BRUSSEL (KerkNet/Fides/ICN) – Caritas International veroordeelt de behandeling van huispersoneel, veelal vrouwen, in Europese landen. Vaak worden zij uitgebuit, en juridisch genieten ze nauwelijks bescherming.

“Niet zelden is er sprake van moderne slavernij. Huispersoneel heeft geen sociale zekerheid, ze hebben lange werkuren en ze worden onderbetaald. Uit angst voor wraak van hun werknemers durven ze geen klacht neerleggen.”


De katholieke hulporganisatie roept regeringen en internationale migrantenverenigingen op hun lot ter harte te nemen en vraagt ook steun voor een document van de Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties voor de bescherming van de rechten van huispersoneel, dat wellicht in juni aan de Verenigde Naties ter goedkeuring voorgelegd wordt.


Volgens Caritas International is een van de belangrijke problemen het feit dat het huispersoneel voor zijn huisvesting vaak op de werkgever is aangewezen. De organisatie steunt tevens het pleidooi van de Internationale Arbeidsorganisatie voor bemiddelende instanties tussen de werkgevers en het huispersoneel, die er tevens op kunnen op toezien dat de arbeidsvoorwaarden gerespecteerd worden.

“Nationale regeringen moeten kanalen scheppen, zodat deze mensen legaal aan het werk kunnen.”

(Kerknet)

19-01-10

Mgr. Léonard zet krijtlijnen uit

NIEUWE AARTSBISSCHOP ZET KRIJTLIJNEN UIT


Mgr. Léonard staat de pers te woord
Bron: KerkNet

BRUSSEL (KerkNet) – “Ik sta er op om allereerst de Heilige Vader te bedanken voor het enorme vertrouwen dat hij in mij heeft om mij deze zware taak toe te vertrouwen, en dat terwijl ik straks 70 jaar word.”

Dat zei mgr. André-Mutien Léonard vanmiddag tijdens een bijzonder druk bijgewoonde ontmoeting met de pers. De datum voor de inbezitneming van de aartsbisschoppelijke zetel wordt later bekendgemaakt.


De nieuwe aartsbisschop van Mechelen-Brussel dankte bij de start van de persconferentie zijn voorganger kardinaal Godfried Danneels en gaf al enkele van zijn prioriteiten aan.

“Ik zal bij de Heilige Vader aandringen op de komst van de derde hulpbisschop die ik nodig heb. Dat is alvast een eerste zorg …”

Tegelijk neemt mgr. Léonard zich voor om systematisch pastorale bezoeken af te leggen in zijn nieuwe aartsbisdom om er een maximum aantal medewerkers en inwoners van het bisdom te ontmoeten op het terrein. De bisschop neemt zich ook voor de inspanningen van zijn voorganger voor de huisvesting voort te zetten.


Een van de hoofdbekommernissen van mgr. André-Mutien Léonard worden de nieuwe roepingen:

“Het engagement van zoveel christenen, mannen en vrouwen, in de samenleving, in onze parochies en in de bewegingen is een zegen. Maar we hebben net zo goed behoefte aan zowel gewijde mannen en vrouwen, als aan priesters en diakens. Mijn verantwoordelijkheid binnen de Bisschoppenconferentie voor de seminaries, het permanente diaconaat, het godgewijde leven en het Nationale Centrum voor Roepingen hebben mij daarvoor bijzonder gevoelig gemaakt. Vanzelfsprekend beschik ik niet over de recepten om roepingen voor het godgewijde leven of het priesterschap op te wekken of aan te trekken, maar ik weet dat de Heer er ons wil geven en ik beloof alles ervoor te doen om te kunnen beantwoorden aan zijn wil.“


In reactie op vragen van de journalisten zei de aartsbisschop:

“Ik hoor zeggen dat ik strikt ben, oerconservatief, …. Gun ons de nodige tijd. Ik ben ervan overtuigd dat vele clichés aan kracht zullen verliezen.”


Op zaterdag 20 februari vindt om 14.30 uur in de Saint-Aubainkathedraal een dankviering plaats bij het afscheid van het bisdom Namen, waar mgr. Léonard negentien jaar lang bisschop was.

(Kerknet)


Mgr. André-Mutien Léonard
Persconferentie van maandag 18 januari 2010


Toen ik afgelopen donderdag in Mechelen arriveerde voor de bijeenkomst van Bisschoppenconferentie, vroeg een RTBF-journalist – best een sympathieke kerel overigens- of de voorbije dagen van wachten en onzekerheid niet oncomfortabel waren geweest voor mijn confraters en mezelf. Ik heb hem toen geantwoord dat in vergelijking met de onbeschrijfelijke ellende van de bevolking in Haïti en met de onzekerheid van zoveel Belgische gezinnen omwille van de permanente dreiging van de werkloosheid, ons ongemak volstrekt onbetekenend en, eerlijk gezegd, niet veel meer dan een luxeprobleem was. Daarom ben ik zo vrij om u allen uit te nodigen voor een moment van bezinning en intens medeleven met alle beproefde mensen.

Op mijn beurt dank ik van harte iedereen voor zijn en haar aanwezigheid op deze persconferentie. Mijn dank gaat in het bijzonder uit naar kardinaal Godfried Danneels om hier vanmiddag samen met mij aan deze persconferentie te willen deelnemen.

U hebt allicht gedacht dat de benoeming van de opvolger van de kardinaal toch wel lang op zich heeft laten wachten. Er zijn inderdaad redenen om te denken dat de beslissing toch al enige tijd geleden door Rome is genomen. Maar als een bisschop met emeritaat gaat of een andere opdracht aanvaardt, dan is het de eerste plicht van Rome en vervolgens van de betrokken bisdommen om de tijd te nemen om ‘dank u’ te zeggen aan de man die vertrekt. Een ‘dank u’ waarbij ik mij van harte aansluit. Alles is dus gebeurd op een manier die mgr. Danneels moest toelaten om de heiligverklaring van pater Damiaan mee te maken, de reis naar Honolulu te maken en vervolgens naar Kinshasa te trekken om er het jubileum van de Congolese Kerk mee te kunnen vieren. Maar ook opdat hij de kersttijd in alle rust zou kunnen doorbrengen – we weten dat Kerstmis heel belangrijk is in zijn leven – en om afscheid te kunnen nemen van het aartsbisdom. Dat alles is nu achter de rug. Vandaar de publicatie, vandaag, van mijn benoeming.

Ik sta er op om allereerst de Heilige Vader te bedanken voor het enorme vertrouwen dat hij in mij heeft om mij deze zware taak toe te vertrouwen, en dat terwijl ik straks 70 jaar word. Dat betekent dat ik, op voorwaarde dat ik even gezond blijf als ik vandaag ben, slechts over ongeveer vijf jaar zal beschikken om het aartsbisdom Mechelen-Brussel ten dienste te staan.

U kunt dus vermoeden dat ik prioriteiten zal moeten leggen om op een zo efficiënt mogelijke manier die enkele jaren die voor me liggen te kunnen gebruiken. Dat is een heel groot verschil met de situatie waarin ik terechtkwam toen ik bisschop van Namen werd, binnen enkele dagen zelfs, 19 jaar geleden. Ik was toen nog jong (51 nauwelijks), het was mijn eigen bisdom, en dankzij mijn drie oudere broers, alle drie priesters van datzelfde bisdom, kende ik toen al niet alleen de geografie van de provincies Namen en Luxemburg, maar ook een flink gedeelte van de clerus. Hier daarentegen, heb ik zowat alles nog te leren. Maar het is voor mij een formidabele stimulans, die me de kans biedt op een nieuwe start op het persoonlijke vlak, maar ook op dat van mijn bisschopsambt. Het is bovendien een grote uitdaging die allereerst
van mij vraagt het terrein van mijn nieuwe missie te verkennen.

U mag van mij vandaag dan ook helemaal geen beleidsprogramma verwachten. Ik kan alleen enkele prioriteiten aangeven:

1. Het aartsbisdom telt drie territoriale vicariaten met aan het hoofd telkens een hulpbisschop. Dat zijn er op dit ogenblik, na het eervol ontslag van mgr. Jan De Bie, nog maar twee. Ik zal dus bij de Heilige Vader aandringen op de komst van de derde hulpbisschop die ik nodig heb. Dat is alvast een eerste zorg …

2. Ondanks de zwaarte van de opdracht wil ik in het aartsbisdom een beetje leven zoals ik dat ook in Namen heb gedaan, door systematisch pastorale bezoeken af te leggen. Ik hou veel van die formule, die een bisschop ertoe aanzet om de zes jaar de ronde van zijn bisdom te maken en een maximum aantal medewerkers en inwoners van het bisdom te ontmoeten op het terrein en gedurende een wat langere tijd. Ik zal daar uiteraard geen vier maanden per jaar aan kunnen besteden, zoals ik dat wel deed in de eerste vijf jaar van mijn ambtsperiode als bisschop in Namen, toen ik nog jong en knap was. Misschien begin ik het eerste jaar met een bezoek aan het vicariaat Brussel met de vier dekenaten van de hoofdstad, a rato van 10 opeenvolgende dagen per dekenaat. Ik zal erover spreken met de pastorale verantwoordelijken van het vicariaat. Ik maak me sterk om vervolgens, met een ritme van ongeveer vijf dekenaten per jaar, Vlaams-Brabant en Mechelen een pastoraal bezoek te brengen. Op die manier zal ik, als God dat wil, afronden met een bezoek aan het vicariaat Waals-Brabant, dat grenst aan mijn eigen Naamse geboortegrond.

3. De derde prioriteit is geïnspireerd op het lezen van de teksten en de gepubliceerde homilieën van mijn voorganger, kardinaal Danneels. Ik was toen sterk geraakt door de klemtoon die hij legde op het belang van een verzorgde liturgie, die trouw blijft aan de grote traditie van de Kerk en zowel God als de mannen en vrouwen die eraan deelnemen waardig is.
Vervolgens heeft hij de wens geuit dat onze Kerk altijd meer een biddende en aanbiddende Kerk zou zijn, waarbij hij zelfs expliciet uitnodigde om de praktijk van de eucharistische aanbidding te ontwikkelen. Dat sluit ook aan bij een van mijn eigen grote bekommeringen. Samen met mijn broeders bisschoppen, priesters en diakens en in gemeenschap met het hele volk Gods, wil ik me resoluut in die richting engageren.

4. En zoals kardinaal Danneels een man is van innerlijkheid en contemplatie, zo heeft hij tevens, met name in Brussel, een sterke sociale bezorgdheid ontwikkeld, in het bijzonder op het vlak van huisvesting. Hier, en net zo goed als op andere vlakken, wil ik mijn uiterste best doen om in zijn voetsporen te stappen.

5. U zou verbaasd zijn als ik niets zou zeggen over de bezorgdheid over de roepingen. Alle roepingen. Allereerst de roeping van alle gedoopten, waarvan de meerderheid leken zijn. Hun zending, allereerst in de wereld en vervolgens in de schoot van de Kerk, is oneindig kostbaar. Het engagement van zoveel christenen, mannen en vrouwen, in de samenleving, in onze parochies en in de bewegingen is een zegen. Maar we hebben net zo goed behoefte aan zowel gewijde mannen en vrouwen, als aan priesters en diakens. Mijn verantwoordelijkheid binnen de Bisschoppenconferentie voor de seminaries, het permanente diaconaat, het godgewijde leven en het Nationale Centrum voor Roepingen hebben mij daarvoor bijzonder gevoelig gemaakt. En dat geldt net zo goed voor mijn lange periode als leerkracht, daarna als president van het seminarie, eerst in Leuven en daarna in Louvain-la-Neuve. Vanzelfsprekend beschik ik niet over de recepten om roepingen voor het godgewijde leven of het priesterschap op te wekken of aan te trekken, maar ik weet dat de Heer er ons wil geven en ik beloof alles ervoor te doen om te kunnen beantwoorden aan zijn wil.

6. Ten slotte zal ik, om over de noodzakelijke tijd voor de realisatie van die prioriteiten te beschikken en ook uit collegiale bekommering, op verschillende manieren zoeken om verantwoordelijkheden te delen. Ik zal daarin het voorbeeld volgen van paus Benedictus XVI, die heel bekommerd is om verschillende van zijn verantwoordelijkheden te delegeren, en dat ingegeven door zowel de zorg om zo zuinig mogelijk om te springen met de hem toegemeten tijd, als om een overdreven mediatisering van zijn functie te vermijden.

Uiteraard zou er nog heel wat te zeggen vallen, maar ik zal nog wel ruim de gelegenheid hebben om een en ander te zeggen naar aanleiding van de inbezitneming van de aartsbisschoppelijke zetel, waarvan de datum en de modaliteiten na het noodzakelijke overleg
bekend gemaakt zullen worden. En wat mijn dierbare inwoners van het bisdom Namen betreft, zal ik de gelegenheid hebben om hen mijn genegenheid en dankbaarheid voor de afgelopen 19 jaar over te maken tijdens een dankviering die zal worden opgedragen in de Saint-Aubainkathedraal op zaterdag 20 februari om 14.30 uur. Maar ik wil niet op die afspraken wachten en ben bereid om nu te antwoorden, als ik dat kan, op de vragen die u mij ongetwijfeld zult willen stellen.