17-03-11
Lezingen Tweede Zondag van de Veertigdagentijd A
Lezing uit het boek Genesis 12,1-4.
Jahweh sprak tot Abram: Trek weg uit uw land, Uit uw stam en uit het huis uws vaders Naar het land, dat Ik u tonen zal.
Ik zal een groot volk van u maken, U zegenen en uw naam beroemd maken, Zodat hij ten zegen zal zijn.
Ik zal zegenen, die u zegent, Vervloeken, die u vervloekt. En in u zullen alle geslachten der aarde worden gezegend.
Toen vertrok Abram, zoals Jahweh hem bevolen had, en Lot ging met hem mee; Abram was vijf en zeventig jaar oud, toen hij uit Charan wegtrok.
Psalmen 33(32),4-5.18-19.20.22.
Want Jahweh’s woord is waarachtig, Onveranderlijk al zijn daden.
Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; Van Jahweh’s goedheid is de aarde vol.
Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen:
Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood.
Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild;
Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Timoteüs 1,8-10.
Schaam u dus niet voor de belijdenis van onzen Heer, noch over mij, zijn geboeide; maar neem uw aandeel in het lijden voor het Evangelie door de kracht van God,
die ons gered heeft en tot een heilige roeping heeft uitverkoren, niet op grond van onze werken, maar door zijn eigen voorbeschikking en genade. Deze toch is ons van alle eeuwigheid in Christus Jesus verleend,
maar thans geopenbaard door de verschijning van onzen Zaligmaker Christus Jesus. Hij heeft de dood ten onder gebracht, doch leven en onsterfelijkheid aan het licht gebracht, door het Evangelie,
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 17,1-9.
Zes dagen later nam Jesus Petrus, Jakobus en Johannes, zijn broer, alleen met Zich mee, en bracht ze op een hoge berg.
En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; zijn aanschijn schitterde als de zon, en zijn klederen werden wit als sneeuw.
Zie, Moses en Elias verschenen hun, en spraken met Hem.
Toen nam Petrus het woord, en zeide: Heer, het is ons goed, hier te zijn; zo Gij wilt, zal ik hier drie tenten opslaan: één voor U, één voor Moses, en één voor Elias.
Terwijl hij nog sprak, zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk. En zie, een stem sprak uit de wolk: Deze is mijn geliefde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen heb; luistert naar Hem.
Toen de leerlingen dit hoorden, vielen ze op hun aangezicht neer, en werden zeer bevreesd.
Maar Jesus kwam naar hen toe, raakte ze aan, en sprak: Staat op, en vreest niet.
Toen ze nu de ogen opsloegen, zagen ze niemand dan Jesus alleen.
En terwijl ze afdaalden van de berg, gebood Jesus hun: Vertelt aan niemand dit gezicht, voordat de Mensenzoon van de doden is opgestaan.
©Evangelizo.org 2001-2010
16:17 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: evangelie, bijbel, schrift, liturgie, zondag, vasten, veertigdagentijd, gedaanteverandering, transfiguratie |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
06-08-10
Gedaanteverandering van de Heer - Thaborberg
07:09 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: video, gedaanteverandering, thabor, heilig land, jezus |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
27-02-10
God wil met je spreken - Lezingen 2° zondag van de Veertigdagentijd
Lezing uit het boek Genesis 15,5-12.17-18.

Hij voerde hem naar buiten, en sprak: Zie op naar de hemel en tel de sterren, als ge dat kunt: zó talrijk zal uw nageslacht zijn, zeide Hij hem.
Hij geloofde in Jahweh, en Deze rekende het hem tot gerechtigheid aan.
Daarop sprak Hij tot hem: Ik ben Jahweh, die u uit Oer der Chaldeën heb geleid, om u dit land in eigendom te geven.
Hij antwoordde: Jahweh, mijn Heer, waaraan zal ik erkennen, dat ik het eens zal bezitten?
Hij zeide: Breng Mij een driejarige koe en een driejarigen bok en een driejarigen ram, met een tortel en een jonge duif.
Hij haalde die alle, sneed ze middendoor, en legde de stukken tegenover elkaar; maar de vogels sneed hij niet door.
En toen de roofvogels neerstreken op de dode rompen, joeg Abram ze weg.
Bij het ondergaan der zon werd Abram door een diepe slaap overvallen, en een sombere, geweldige angst greep hem aan.
En toen de zon was ondergegaan, en er een diepe duisternis heerste, verscheen er een rokende oven en een brandende fakkel; deze gingen tussen die stukken door.
Op die dag sloot Jahweh met Abram het volgend verbond: Aan uw nakomelingschap geef Ik dit land in bezit van de beek van Egypte af tot aan de grote rivier de Eufraat;
Psalmen 27,1.7-9.13-14.
Van David. Jahweh is mijn licht en mijn heil: Wien zou ik vrezen? Jahweh is de schuts van mijn leven: Wien zou ik duchten?
Jahweh, luister naar mijn smeken, Ontferm U mijner, en wil mij verhoren.
Gij hebt het toch zelf mij gezegd: "Ge moet mijn aangezicht zoeken!"
Nu zoek ik uw aanschijn, o Jahweh; Verberg het mij niet. Wijs uw dienaar niet af in uw gramschap: Gij zijt toch mijn hulp! Verstoot mij niet, verlaat mij niet, O God van mijn heil!
O, als ik er eens niet zeker van was, Nog in het land der levenden Jahweh’s goedheid te zien!
Vertrouw maar op Jahweh; wees welgemoed! Sterk zij uw hart; blijf hopen op Jahweh!
Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Filippenzen 3,17-21.4,1.
Broeders, volgt mij na, en richt u naar hen, die zich naar ons voorbeeld gedragen.
Want zoals ik het u zo vaak heb gezegd, en het ook thans onder tranen herhaal: Velen leven als vijanden van Christus’ Kruis;
hun einde is de ondergang, hun god is de buik, hun eer ligt in hun schande, hun zinnen zijn op het aardse gericht.
Maar òns Vaderland is in de hemel. Vandaar verwachten we den Verlosser, Jesus Christus, den Heer;
Hij zal ons vernederd lichaam herscheppen, aan zijn verheerlijkt Lichaam gelijk, door de kracht, waarmee Hij alles aan Zich onderwerpen kan.
En daarom, mijn innig geliefde broeders, mijn vreugde en mijn kroon: geliefden, staat vast in den Heer!
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 9,28-36.
Ongeveer acht dagen later nam Jesus Petrus, Johannes en Jakobus met Zich mee, en ging de berg op, om te bidden.
En terwijl Hij bad, veranderde het uiterlijk van zijn gelaat, en zijn kleed werd schitterend wit.
Zie, twee mannen spraken met Hem; het waren Moses en Elias,
die in heerlijkheid waren verschenen, en zijn dood bespraken, die Hij te Jerusalem zou ondergaan.
Petrus en zijn gezellen waren intussen door slaap overmand; eerst bij hun ontwaken zagen ze zijn heerlijkheid en de beide mannen, die bij Hem stonden.
Toen dezen van Hem weg wilden gaan, sprak Petrus tot Jesus: Meester, het is ons goed, hier te zijn; laat ons drie tenten opslaan, één voor U, één voor Moses en één voor Elias. Hij wist niet goed wat hij zeide.
Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk, die hen overschaduwde; en toen de leerlingen hen de wolk zagen ingaan, werden ze bang.
En uit de wolk klonk een stem: Deze is mijn uitverkoren Zoon; luistert naar Hem.
Terwijl de stem klonk, bevond Zich Jesus alleen. Ze bewaarden het stilzwijgen over wat ze hadden gezien, en vertelden het toen nog aan niemand.
03:45 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: zondag, bijbel, schrift, liturgie, vasten, veertigdagentijd, evangelie, gedaanteverandering |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
06-03-09
God wil met je spreken - Lezingen voor de 2de zondag van de vasten B
Lezing uit het boek Genesis 22,1-2.9.10-13.15-18.
Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. Hij sprak tot hem: Abraham! Deze antwoordde: Hier ben ik.
Hij sprak: Neem Isaäk, uw enigen zoon, dien ge liefhebt, ga naar het land van de Moria, en offer hem daar als brandoffer op een van de bergen, die Ik u aanwijs.
Toen zij aan de plaats waren gekomen, die God hem genoemd had, bouwde Abraham daar een altaar, en stapelde het hout op. Dan bond hij zijn zoon Isaäk, en legde hem op het altaar boven op het hout.
En Abraham strekte zijn hand uit, om het mes te grijpen, en zijn zoon te doden.
Daar riep de engel van Jahweh uit de hemel hem toe, en sprak: Abraham, Abraham! Hij zeide: Hier ben ik.
Hij sprak: Sla uw hand niet aan den knaap, en doe hem geen kwaad. Want nu weet Ik, dat gij God vreest; want ge hebt Mij uw enigen zoon niet willen onthouden.
Nu sloeg Abraham zijn ogen op, en zag een ram, die met zijn horens in het struikgewas zat verward; Abraham greep den ram, en droeg hem als brandoffer op, in plaats van zijn zoon.
Voor de tweede maal riep de engel van Jahweh Abraham uit de hemel toe,
en sprak: Ik zweer bij Mijzelf, Luidt de godsspraak van Jahweh! Omdat ge dit hebt gedaan, En uw enigen zoon niet gespaard hebt:
Daarom zal Ik u zegenen, En uw nageslacht talrijk maken als de sterren aan de hemel, En als het zand aan het strand van de zee; Uw kroost zal de poorten van zijn vijanden bezitten.
In uw zaad zullen alle volken der aarde worden gezegend, Omdat gij naar mijn stem hebt gehoord.
Psalmen 116,10.15.16-17.18-19.
Ik blijf dus vertrouwen, al roep ik ook uit: "Ik ben diep ongelukkig!"
Want te duur was in de ogen van Jahweh De dood zijner vromen.
Ach Jahweh, ik ben maar uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd, Toch hebt Gij mijn boeien verbroken:
Ik breng U dan een offer van dank, En roep de Naam van Jahweh aan,
In de voorhoven van Jahweh’s huis, Binnen uw muren, Jerusalem!
Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen 8,31-34.
Wat zullen we hieraan nog toevoegen? Wanneer God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?
Hij, die zijn enigen Zoon niet gespaard heeft, maar voor ons allen heeft overgeleverd, hoe zou Hij ons tegelijk met Hem niet alles schenken?
Wie zal de beschuldiger zijn van de uitverkorenen Gods? Is het God, die rechtvaardigt?
Wie zal veroordelen? Zal het Christus Jesus zijn, die gestorven is, of liever die is opgewekt, die zetelt aan Gods rechterhand, die ook onze Voorspreker is?

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 9,2-10.
Zes dagen later nam Jesus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee, en bracht ze heel afzonderlijk op een hoge berg. En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd.
Zijn klederen werden blinkend en wit, zoals geen bleker op aarde ze wit kan maken.
Elias en Moses verschenen hun, en spraken met Jesus.
Toen nam Petrus het woord, en zei tot Jesus: Rabbi, het is ons goed, hier te zijn; laat ons drie tenten opslaan, één voor U, één voor Moses, en één voor Elias.
Hij wist niet goed wat hij zeide; want ze waren met schrik bevangen.
Nu kwam er een wolk, die hen overschaduwde, en uit de wolk klonk een stem: Deze is mijn geliefde Zoon, luistert naar Hem!
Op hetzelfde ogenblik keken ze rond, maar zagen niemand meer bij zich dan Jesus alleen.
En terwijl ze afdaalden van de berg, verbood Hij hun, aan iemand te vertellen wat ze hadden gezien, voordat de Mensenzoon van de doden was opgestaan.
Ze hielden zich aan dat woord. Toch vroegen ze onder elkander, wat het beduidde: op te staan van de doden.
©Evangelizo.org 2001-2009
21:10 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: liturgie, zondag, schrift, bijbel, evangelie, vasten, gedaanteverandering |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |









