24-10-09
God wil met je spreken - Lezingen voor de 30° zondag door het jaar B
Lezing uit het boek Jeremia 31,7-9.
Want zo spreekt Jahweh: Jubelt van vreugd over Jakob, Juicht over den heerser der volken; Verkondigt het blijde, en roept het uit Jahweh heeft zijn volk verlost, Al wat van Israël bleef gespaard!
Zie, Ik leid ze terug Uit het land van het noorden, En breng ze bijeen van de grenzen der aarde: Met blinden en lammen in hun kring, Met zwangere en barende vrouwen: In machtige drommen keren ze terug!
Wenend schrijden ze voort, Maar troostend zal Ik ze leiden, En ze naar de waterbeken brengen Langs effen wegen, waarop ze niet struikelen; Want Ik zal Israël een vader, Efraïm zal mijn eerstgeborene zijn.
Psalmen 126(125),1-3.4-5.6.
Een bedevaartslied. Toen Jahweh Sion uit de ballingschap bracht, Was het ons als een droom;
Toen werd onze mond met lachen gevuld, Onze tong met gejubel. Toen zei men onder de volken: "Jahweh heeft hun grote dingen gedaan!"
Ja, grote dingen heeft Jahweh ons gedaan; En daarom zijn wij verheugd!
Ach Jahweh, wend ons lot weer ten beste, Als voor de dorre greppels van Négeb:
Die nu zaaien met tranen, Laat ze maaien met jubel!
Met geween trekt men op, Om het zaad uit te strooien: Maar met gejuich keert men terug, Met schoven beladen!
Lezing uit de brief aan de Hebreën 5,1-6.
Want iedere hogepriester wordt uit de kring der mensen genomen, en ten bate der mensen aangesteld voor hun betrekkingen tot God, om gaven en offers te brengen voor de zonden.
Hij moet in staat wezen, toegeeflijk te zijn voor onwetenden en dwalenden, omdat hij zelf met zwakheid omkleed is,
en daarom zondeoffers moet brengen zowel voor het volk, als voor zichzelf.
En niemand neemt de waardigheid uit zichzelf, maar door roeping van God, zoals ook Aäron.
Zo ook heeft Christus Zichzelf de eer niet toegeëigend, Hogepriester te worden, maar Hij die tot Hem heeft gesproken: "Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt,"
zoals Hij dan ook op een andere plaats heeft gezegd: "Gij zijt Priester voor eeuwig, Naar de Orde van Melkisedek."
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 10,46-52.

Nu kwamen zij te Jericho aan. En toen Hij Jericho verliet, vergezeld van zijn leerlingen en een talrijke menigte, zat er een blinde bedelaar langs de weg: Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
Zodra hij hoorde, dat het Jesus van Názaret was. begon hij hard te roepen: Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner!
Velen vielen tegen hem uit, om hem tot zwijgen te brengen. Maar hij riep nog harder: Zoon van David, ontferm U mijner!
Jesus bleef staan, en sprak: Roept hem hier. Ze riepen den blinde, en zeiden tot hem: Houd moed, sta op; Hij roept u.
Hij wierp zijn mantel weg, sprong overeind, en ging naar Jesus toe.
Jesus sprak tot hem: Wat wilt ge, dat Ik voor u doe? De blinde zeide Hem: Rabboni, dat ik zien zal.
En Jesus sprak tot hem: Ga; uw geloof heeft u gered. En aanstonds zag hij weer, en volgde Hem op zijn weg.
©Evangelizo.org 2001-2009
11:46 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: zondag, schrift, liturgie, evangelie, bibjel, door het jaar |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
09-10-09
God wil met je spreken - Lezingen voor de 28° zondag door het jaar B
Lezing uit het boek der Wijsheid 7,7-11.
Daarom bad ik, en mij werd verstand gegeven; ik riep aan, en de geest der wijsheid kwam tot mij.
Ik hield meer van haar dan van scepters en tronen; en rijkdom acht ik niets in vergelijking met haar.
Ik vergeleek geen edele steen bij haar, want al het goud ten aanzien van haar is als een weinig zand, en zilver is als slijk tegen haar te rekenen.
Boven gezondheid en schone gestalte heb ik haar bemind, en heb haar verkoren om te hebben tot een licht; want de glans uit haar wordt niet uitgeblust.
En allerlei goed kwam tot mij met haar, en ontelbare rijkdom door haar handen.
Psalmen 90(89),12-13.14-15.16-17.
Leer ons dan zó onze dagen tellen, Dat we er verstandig van harte door worden.
Ach Jahweh, wend U eindelijk toch eens tot ons, En ontferm U over uw dienaars;
Verzadig ons met uw genade, als we nog jong zijn, Opdat we heel ons leven mogen jubelen en juichen.
Geef ons vreugde, even lang als Gij ons hebt gekastijd; Evenveel jaren als wij ellende doorstonden.
Laat uw dienaars uw machtige daden aanschouwen, En hun kinderen uw glorie!
Moge de goedheid van Jahweh, onzen God, met ons blijven, En het werk onzer handen doen gedijen!
Lezing uit de brief aan de Hebreën 4,12-13.
Want Gods woord is levend en krachtig, scherper dan elk tweesnijdend zwaard, dóórdringend tussen ziel en geest, gewrichten en merg, rechter ook der neigingen en overdenkingen van het hart.
En geen schepsel is onzichtbaar voor Hem, maar alles ligt naakt en bloot voor de ogen van Hem, aan wien we verantwoording hebben af te leggen.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 10,17-30.

En toen Hij Zich op weg begaf, kwam iemand toegelopen, knielde voor Hem neer, en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen, om het eeuwige leven te verkrijgen?
Jesus sprak tot hem: Waarom noemt ge Mij goed? Niemand is goed, dan God alleen.
Ge kent de geboden: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en moeder.
Hij gaf hem ten antwoord: Meester, dit heb ik allemaal van mijn jeugd af onderhouden.
Toen zag Jesus hem teder aan, en sprak tot hem: Eén ding ontbreekt u nog. Ga heen, verkoop wat ge bezit, en geef het aan de armen; en ge zult een schat in de hemel bezitten. Kom dan, en volg Mij.
Maar hij werd ontstemd bij dat woord, en ging treurig heen; want hij had veel bezittingen.
Nu zag Jesus om Zich heen, en sprak tot zijn leerlingen: Hoe moeilijk toch zullen zij, die rijkdommen bezitten, het koninkrijk Gods binnengaan.
De leerlingen waren verbaasd over zijn woorden. Maar Jesus hernam, en zeide tot hen: Kinderen, hoe moeilijk is het toch, het koninkrijk Gods binnen te gaan!
Een kameel gaat makkelijker door het oog van een naald, dan een rijke in het koninkrijk Gods.
Toen waren ze nog meer ontsteld, en zeiden bij zichzelf: Wie kan dan zalig worden?
Jesus zag hen aan, en sprak: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want bij God is alles mogelijk.
Nu nam Petrus het woord, en zei: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.
Jesus sprak: Voorwaar, Ik zeg u: Er is niemand, die huis, broers of zusters, vader of moeder, kinderen of akkers om Mij en om het evangelie verlaat,
of hij zal ontvangen: nu in deze wereld, zij het ook te midden van vervolgingen, het honderdvoud van huizen, broers, zusters, moeders, kinderen en akkers; en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.
17:31 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: zondag, schrift, liturgie, evangelie, bibjel, doorhet jaar |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
03-10-09
God wil met je spreken - Lezingen voor de 27° zondag door het jaar B
Lezing uit het boek Genesis 2,18-24.
En Jahweh God sprak: Het is niet goed voor den mens, dat hij alleen blijft. Ik zal dus een hulp voor hem maken, die hem past.
Toen vormde Jahweh God uit de klei alle dieren op het land en alle vogels in de lucht, en voerde ze naar den mens, om te zien, hoe hij ze zou noemen; want zoals de mens elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten.
De mens gaf dan namen aan alle tamme dieren en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren in het wild, maar vond geen hulp, die hem paste.
Nu bracht Jahweh God den mens in een diepe slaap; en terwijl hij sliep, nam Hij een van zijn ribben, en zette er vlees voor in de plaats.
Dan bouwde Jahweh God een vrouw uit de rib, die Hij uit den mens had genomen, en leidde haar tot den mens.
Toen sprak de mens: Deze is eindelijk been van mijn gebeente En vlees van mijn vlees. Mannin zal zij heten, Omdat zij van den man is genomen.
Daarom verlaat de man zijn vader en moeder, en hecht zich geheel aan zijn vrouw; en zij worden één vlees.
Psalmen 128(127),1-2.3.4-5.6.
Een bedevaartslied. Gelukkig hij, die Jahweh vreest, En zijn wegen bewandelt.
Want van uw arbeid zult gij eten, Voorspoedig en gelukkig zijn!
Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wingerd Binnen uw huis; Uw zonen als ranken van de olijf Rondom uw dis.
Zie, zó wordt de man gezegend, Die Jahweh vreest;
Zó zal Jahweh uit Sion U zegen bereiden! Dan moogt gij Jerusalems heil aanschouwen Al de dagen uws levens;
Nog de kinderen van uw kinderen zien: De vrede over Israël!
Lezing uit de brief aan de Hebreën 2,9-11.
Maar wel zien we Jesus met glorie en luister gekroond, omdat Hij de dood heeft ondergaan; Hij, die een korte tijd beneden de engelen was gesteld, om door Gods genade de dood te smaken voor allen.
Het lag toch voor de hand, dat Hij, om wien en door wien alles bestaat, en die vele zonen tot glorie brengt, ook hun Leidsman ter zaligheid door lijden tot glorie zou brengen.
Want Hij die heiligt, en zij die geheiligd worden, zijn allen uit Eén. Daarom schaamt Hij Zich niet, hen broeders te noemen,
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 10,2-16.

Ook de farizeën kwamen naar Hem toe, en vroegen, om Hem op de proef te stellen, of een man zijn vrouw mag verstoten. Hij gaf hun ten antwoord:
Wat heeft Moses u geboden?
Ze zeiden: Moses heeft toegestaan, een scheidingsbrief te schrijven, en haar zó te verstoten.
Jesus antwoordde hun: Om de hardheid van uw gemoed heeft Moses u deze wet gegeven;
maar van de aanvang der schepping af, heeft God hen man en vrouw gemaakt;
daarom zal de mens vader en moeder verlaten,
en de twee zullen één vlees zijn. Ze zijn dus geen twee meer, maar één vlees.
Wat dus God heeft verenigd, dat scheide geen mens.
Thuis ondervroegen zijn leerlingen Hem hierover opnieuw.
En Hij sprak tot hen: Wie zijn vrouw verstoot, en een andere huwt, begaat echtbreuk tegen haar.
En wanneer een vrouw haar man verlaat en een anderen huwt, begaat ze echtbreuk.
Nu bracht men kinderen naar Hem toe, opdat Hij ze zou aanraken. Maar de leerlingen wezen ze af.
Toen Jesus dit zag, werd Hij verstoord, en sprak Hij tot hen: Laat de kinderen tot Mij komen, en houdt ze niet tegen; want het koninkrijk Gods is voor hen, die zijn zoals zij.
Voorwaar, Ik zeg u: Wie het koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er niet ingaan.
En Hij omhelsde ze, legde hun de handen op, en zegende hen.
04:15 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: liturgie, zondag, schrift, evangelie, huwelijk, bibjel, sexualiteit, door het jaar |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
25-09-09
God wil met je spreken - Lezingen voor de 26° zondag door het jaar B
Lezing uit het boek Numeri 11,25-29.
Nu daalde Jahweh neer in de wolk, en sprak tot hem; en Hij nam een deel van de geest, die op Moses rustte, en stortte die over de zeventig oudsten uit. Zodra de geest op hen rustte, profeteerden zij en hielden niet op.
Nu waren er twee van die mannen in de legerplaats achtergebleven; de een heette Eldad, de ander Medad. Daar ze waren opgetekend, rustte de geest ook op hen. En ofschoon ze niet naar de Tent waren gegaan, profeteerden ze toch in de legerplaats.
Een knaap ging het ijlings aan Moses berichten, en zeide: Eldad en Medad zijn in de legerplaats aan het profeteren.
En Josuë, de zoon van Noen, die Moses van zijn jeugd af gediend had, drong aan: Moses, mijn meester, belet het hun.
Maar Moses gaf hem ten antwoord: Zijt gij afgunstig om mijnentwille? O, mocht heel het volk van Jahweh profeet zijn, omdat Jahweh zijn geest op hen had gelegd!
Psalmen 19,8.10.12-13.14.
Jahweh’s wet is volmaakt: een verkwikking der ziel; Jahweh’s gebod betrouwbaar: een wijsheid voor eenvoudigen;
Jahweh’s woord zonder smet: voor eeuwig bestendig; Jahweh’s oordelen waarheid: alle rechtvaardig!
Ook uw dienaar weet ze naar waarde te schatten: Wie ze trouw onderhoudt, wordt rijk beloond.
Maar wie kan al zijn fouten kennen? Vergeef mij ook, die ik me niet ben bewust.
Maar behoed ook uw dienaar voor zelfoverschatting; Laat die niet over mij heersen! Dan zal ik altijd smetteloos blijven, En rein van grote zonden;
Lezing uit de brief van de apostel Jacobus 5,1-6.
Welnu dan, gij rijken; weent en jammert om de rampen, die u bedreigen.
Uw rijkdom is verrot, uw gewaden zijn verteerd door de mot;
uw goud en zilver is verroest, en hun roest zal tegen u getuigen en ook wegvreten uw vlees; vuur hebt gij u als een schat opgehoopt voor het einde der dagen.
Ziet, het achterstallige loon der arbeiders, die uw akkers hebben gemaaid, schreeuwt luid tegen u op; de kreten der maaiers dringen door in de oren des Heren Sabaót.
Gij hebt op aarde gezwelgd en gebrast, uw harten vetgemest voor de dag van het slachten.
Den gerechte hebt gij gevonnist, vermoord, ofschoon hij uw vijand niet is.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 9,38-43.45.47-48.

Johannes zeide tot Hem: Meester, we hebben iemand, die ons niet volgt, duivels zien uitdrijven in uw Naam; we hebben het hem verboden, omdat hij zich niet bij ons aansluit.
Maar Jesus sprak: Verbiedt het hem niet; want er is niemand, die een wonder verricht in mijn Naam, en onmiddellijk daarop Mij kan honen.
Wie niet tegen ons is, hij is voor ons.
En wie u een beker water te drinken geeft, juist omdat gij van Christus zijt, voorwaar Ik zeg u: Hij zal zijn loon niet missen.
Wie ergernis geeft aan een van deze kleinen, die in Mij geloven, het ware hem beter, dat hem een zware molensteen om de hals werd gehangen, en hij zo in de zee werd geworpen.
Zo uw hand u ergert, houw ze af. Het is beter, verminkt het Leven binnen te gaan, dan met twee handen naar de hel te gaan, naar het onuitblusbaar vuur,
En zo uw voet u ergert, houw hem af. Het is beter, kreupel het Leven binnen te gaan, dan met beide voeten in de hel te worden geworpen, in het onuitblusbaar vuur,
En zo uw oog u ergert, ruk het uit. Het is beter met één enkel oog het koninkrijk Gods binnen te gaan, dan met twee ogen in de hel te worden geworpen,
waar hun worm niet sterft, en het vuur niet gedoofd wordt.
©Evangelizo.org 2001-2009
22:48 Gepost door Wally in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: zondag, schrift, liturgie, evangelie, bibjel, door het jaar |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
12-09-09
God wil met je spreken - Lezingen voor de 24° zondag door het jaar B
VIERDE-EN-TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR - Jaar B
Lezing uit het boek Isaïas 50,5-9.
Jahweh, de Heer, heeft Mij het oor geopend, Om als een leerling te horen. Elke morgen wekt Hij mijn woord, Elke morgen wekt Hij mijn oor: En Ik spreek niet tegen, Keer Mij niet af.
Mijn rug bied Ik hun, die Mij slaan, Mijn wangen, die Mij de baard uitrukken; Ik houd mijn gelaat niet verborgen Voor smaad en bespuwing.
Want Jahweh, de Heer, staat Mij bij, Daarom schaam Ik Mij niet; Daarom heb Ik mijn gelaat als een keisteen verhard, En weet, dat Ik niet te schande zal staan.
Mijn verdediger is nabij! Wie is mijn tegenpartij: Laten wij ons met elkander meten; Wie klaagt Mij aan: Hij trede tegen Mij op!
Zie, Jahweh, de Heer, is mijn helper: Wie zal Mij schuldig verklaren? Neen, ze zullen allen vergaan als een kleed, En de mot vreet ze weg!
Psalmen 116(114),1-2.3-4.5-6.8-9.
Halleluja! Ik heb Jahweh lief, Want Hij hoort naar mijn smeken!
Hij luisterde naar mij, toen ik riep
En de strikken des doods mij omknelden; Toen doodsangst mij kwelde, Nood en jammer mij troffen.
Ik riep de Naam van Jahweh aan: "Ach, Jahweh, spaar toch mijn leven!"
En Jahweh was genadig en trouw, Onze God vol ontferming:
Jahweh waakt over de zwakken; Ik was uitgeput, maar Jahweh heeft mij gered!
Hij heeft mij gered van de dood, Mijn ogen van tranen, mijn voeten van stoten;
Nog mag ik voor Jahweh’s aanschijn wandelen In de landen der levenden!
Lezing uit de brief van de apostel Jacobus 2,14-18.
Wat baat het, mijn broeders, of iemand al beweert, het geloof te bezitten, zo hij de werken niet heeft? Kan het geloof hem soms redden?
Wanneer een broeder of zuster naakt zou zijn en van het dagelijks voedsel beroofd,
en iemand van u zou hun zeggen: Gaat heen in vrede, verwarmt en verzadigt u, maar gij schenkt hun niet, wat ze voor hun lichaam behoeven, wat zal het baten?
Zo gaat het ook met het geloof: zonder de werken is het innerlijk dood.
Bovendien zou men zo iemand kunnen zeggen: "Gij hebt het geloof, en ik heb de werken? Toon me eens uw geloof zonder de werken; mijn geloof zal ik u uit de werken bewijzen.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 8,27-35.

Daarna ging Jesus met zijn leerlingen naar de dorpen van Cesarea Filippi. Onderweg ondervroeg Hij zijn leerlingen, en zeide tot hen: Wien zeggen de mensen, dat Ik ben?
Ze zeiden Hem: Johannes de Doper; anderen: Elias; anderen weer: één der profeten.
Nu vroeg Hij hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde Hem: Gij zijt de Christus.
En Hij gebood hun ten strengste, hierover met niemand te spreken.
Toen begon Hij ze te onderrichten, dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden, en verworpen moest worden door de oudsten, opperpriesters en schriftgeleerden; dat Hij moest worden gedood, en na drie dagen zou verrijzen.
Onbewimpeld sprak Hij er over. Petrus trok Hem ter zijde, en begon Hem tegen te spreken.
Maar Hij keerde zich om, zag zijn leerlingen aan, bestrafte Petrus, en sprak: Ga weg van Mij, satan! Want ge zijt niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen.
Nu riep Hij de schare met zijn leerlingen bijeen, en sprak tot hen: Zo iemand mijn volgeling wil zijn, dan moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen, en Mij volgen.
Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest om Mij en om het Evangelie, zal het redden.
©Evangelizo.org 2001-2009
03:57 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: liturgie, zondag, schrift, evangelie, bibjel, door het jaar |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
05-09-09
God wil met je spreken - Lezingen voor de 23° zondag door het jaar B
Lezing uit het boek Isaïas 35,4-7.
Zegt tot de harten in angst: Houdt moed, hebt geen vrees! Ziet, hier is uw God; Hij komt, om de wraak te voltrekken! God zal vergelden; Zelf zal Hij komen, om u te verlossen!
Dan worden de ogen der blinden ontsloten, En de oren der doven gaan open;
De lamme springt op als een hert, De tong van den stomme zal juichen! Zelfs in de steppe borrelen de wateren omhoog, En de beken in de woestijn;
De gloeiende bodem wordt een plas, Het dorre land een fontein. En op de plek, waar de jakhalzen liggen, En de struisvogels wonen, Schiet het riet met de biezen omhoog,
Psalmen 146(145),7-10.
De verdrukten verdedigt, Brood aan de hongerigen reikt, En de gevangenen bevrijdt!
Jahweh opent de ogen der blinden, Jahweh richt de gebukten weer op; Jahweh heeft de rechtvaardigen lief,
Jahweh draagt zorg voor de zwervers. Hij is een steun voor weduwen en wezen, Maar de bozen richt Hij te gronde:
Jahweh is Koning voor eeuwig; Uw God, o Sion, van geslacht tot geslacht!
Lezing uit de brief van de apostel Jacobus 2,1-5.
Mijn broeders, paart het aanzien van personen niet met het geloof in onzen verheerlijkten Heer Jesus Christus.
Welnu, wanneer bij uw samenkomst een man binnentreedt met gouden ringen en een prachtig gewaad, maar er ook een arme binnenkomt met onverzorgde kleding,
en wanneer gij dan opziet tegen den man met het prachtig gewaad en hem zegt: "Zet u hier op de ereplaats neer;" maar wanneer gij tot den arme zegt: "Blijf ginder staan," of "Ga zitten bij mijn voetbank,"
hebt gij dan bij uzelf geen onderscheid gemaakt, en oordeelt gij dan niet op verkeerde gronden?
Luistert wél, mijn geliefde broeders! Heeft God de armen der wereld niet uitverkoren, om rijk te worden in geloof, en erfgenamen van het koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan hen, die Hem liefhebben;
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 7,31-37.

Toen Hij weer uit de streek van Tyrus vertrok, ging Hij over Sidon naar het meer van Galilea, midden in het gebied der Dekápolis.
Daar bracht men een doofstomme naar Hem toe, en smeekte Hem, dien de hand op te leggen.
Hij nam hem ter zijde buiten de kring van de menigte, stak de vingers in zijn oren, spuwde, en raakte zijn tong daarmee aan.
Hij zag op naar de hemel, slaakte een zucht, en zeide tot hem: Effetá, dat is: ga open.
En terstond werden zijn oren geopend, en de band van zijn tong werd losgemaakt, en hij sprak goed.
Hij verbood hun, het iemand te zeggen. Maar hoe strenger Hij het hun verbood, des te luider ze het vertelden.
Ze stonden ten hoogste verbaasd, en ze zeiden: Hij heeft alles wél gedaan; de doven doet Hij horen, en de stommen doet Hij spreken.
04:58 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: liturgie, zondag, schrift, evangelie, bibjel, door het jaar |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
15-08-09
God wil met je spreken - Lezingen voor de 20° zondag door het jaar B
TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR - Jaar B
Lezing uit het boek Spreuken 9,1-6.
De wijsheid heeft zich een huis gebouwd, Haar zeven zuilen opgericht,
Haar vee geslacht, haar wijn gemengd, Haar dis ook bereid.
Nu laat ze haar dienstmaagden noden Op de hoogste punten der stad:
Wie onervaren is, kome hierheen, Wie onverstandig is, tot hem wil ik spreken.
Komt, eet van mijn spijzen, En drinkt van de wijn die ik mengde;
Laat de onnozelheid varen, opdat gij moogt leven, Betreedt de rechte weg van het verstand!
Psalmen 34(33),2-3.10-11.12-13.14-15.
Altijd wil ik Jahweh prijzen, Steeds trilt zijn lofzang in mijn mond.
Mijn ziel zal roemen in Jahweh; Bedrukten zullen het horen, en juichen.
Vreest Jahweh, zijn vromen, Want die Hem duchten, ontbreekt het aan niets;
Rijken kunnen verarmen en hongeren, Die Jahweh zoekt, komt niets te kort.
Komt nu, kinderen, en luistert naar mij! Ik leer u, hoe men Jahweh moet vrezen,
En wie het is, die van het leven geniet, Lengte van dagen zich wenst, om het goede te zien:
Bewaar uw tong voor het kwaad, En uw lippen voor leugen;
Vlucht het kwaad, doe enkel wat goed is; Zoek de vrede, en jaag hem na!
Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Efeziërs 5,15-20.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe ge u gedraagt: niet als dwazen, maar als wijzen;
benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn boos.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht de wil des Heren te verstaan.
Bedrinkt u niet aan de wijn, want dit voert tot losbandigheid; maar wordt vol van den Geest.
Spreekt tot elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen; zingt en juicht in uw hart voor den Heer;
betuigt zonder ophouden voor alles uw dank aan God en den Vader, in de naam van Jesus Christus onzen Heer.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 6,51-58.

Ik ben het levend brood, dat uit de hemel is neergedaald; zo iemand eet van dit brood, zal hij in eeuwigheid leven. En het brood, dat Ik zal geven, is mijn vlees voor het leven der wereld.
Maar de Joden twistten onder elkander, en zeiden: Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?
Jesus sprak tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Zo gij het vlees van den Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, dan hebt gij het leven niet in u.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwige leven, en Ik zal hem op de jongste dag doen verrijzen.
Want mijn vlees is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.
Zoals de Vader die leeft, Mij heeft gezonden, en Ik leef door den Vader, zó zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij.
Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Niet een brood als de vaders hebben gegeten en toch zijn gestorven; wie dit brood eet zal leven in eeuwigheid.
©Evangelizo.org 2001-2009
09:00 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: drinken, eten, brood, schrift, liturgie, eucharistie, evangelie, bibjel |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
08-08-09
God wil met je spreken - Lezingen voor de 19° zondag door het jaar B
Lezing uit het 1e boek der Koningen 19,4-8.
En trok zelf een dagreis ver de woestijn in. Hier zette hij zich onder een bremstruik neer, en bad om de dood. Hij verzuchtte: Nu is het genoeg, Jahweh! Neem mij het leven; want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
En hij legde zich onder de bremstruik neer en sliep in. Maar opeens stiet een engel hem aan, en sprak tot hem: Sta op en eet.
Hij keek op, en daar stond aan zijn hoofdeinde een geroosterd brood en een kruik water! Hij at en dronk, en sliep weer in.
Maar opnieuw stiet de engel van Jahweh hem aan, en sprak: Sta op en eet; want anders is de reis u te lang.
Nu stond hij op, at en dronk; en door de kracht van die spijs liep hij veertig dagen en veertig nachten, tot hij de godsberg Horeb bereikte.
Psalmen 34(33),2-3.4-5.6-7.8-9.
Altijd wil ik Jahweh prijzen, Steeds trilt zijn lofzang in mijn mond.
Mijn ziel zal roemen in Jahweh; Bedrukten zullen het horen, en juichen.
Verheerlijkt Jahweh met mij, Laat ons te zamen zijn Naam verheffen:
Ik heb Jahweh gesmeekt; Hij heeft mij verhoord, En mij van al mijn angsten bevrijd.
Ziet naar Hem op, dan straalt gij van vreugde, En uw gelaat zal niet blozen van schaamte.
Hier is een rampzalige, die om hulp heeft geroepen: Jahweh heeft hem gehoord, en van al zijn ellende verlost.
De engel van Jahweh slaat zijn legerplaats op Rond die Hem vrezen, om ze te redden!
Smaakt en beseft dan de goedheid van Jahweh; Gelukkig de man, die zijn hoop op Hem stelt.
Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Efeziërs 4,30-32.5,1-2.
Bedroeft ook niet Gods heiligen Geest, waarmee gij verzegeld zijt voor de Dag der Verlossing.
Verre van u alle bitterheid, gramschap, toorn, geschreeuw, laster en alle andere boosheid.
Maar weest minzaam en hartelijk jegens elkander; vergeeft elkander, gelijk ook God u door Christus vergiffenis heeft geschonken.
Weest dus navolgers van God, als zijn geliefde kinderen;
en leeft in liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft gegeven als gave en offer, tot een lieflijke geur voor God.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 6,41-51.

Maar de Joden morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood, dat uit de hemel is neergedaald.
En ze zeiden: Is deze niet Jesus, de zoon van Josef, wiens vader en moeder we kennen? Hoe zegt Hij dan: Ik ben uit de hemel neergedaald?
Jesus antwoordde hun, en sprak: Mort toch niet onder elkander.
Niemand kan tot Mij komen, zo de Vader, die Mij zond, hem niet trekt; en Ik zal hem op de jongste dag doen verrijzen.
Er staat geschreven bij de profeten: "En allen zullen zij onderricht worden door God". Wie naar den Vader luistert en door Hem is onderricht, hij komt tot Mij.
Niet dat iemand den Vader gezien heeft; alleen Hij die van God stamt, Hij heeft den Vader gezien.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft het eeuwige leven.
Ik ben het brood des levens.
Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, en ze zijn gestorven.
Dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt: eet men daarvan, dan sterft men niet.
Ik ben het levend brood, dat uit de hemel is neergedaald; zo iemand eet van dit brood, zal hij in eeuwigheid leven. En het brood, dat Ik zal geven, is mijn vlees voor het leven der wereld.
©Evangelizo.org 2001-2009
04:45 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: brood, zondag, schrift, liturgie, eucharistie, evangelie, bibjel, door het jaar, levend brood |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
25-07-09
God wil met je spreken - Lezingen voor de 17° zondag door het jaar B
Lezing uit het 2e boek der Koningen 4,42-44.
Eens kwam er iemand uit Báal-Sjalisja, die voor den godsman twintig gerstebroden als eerstelingenbrood en een zak vers koren had meegebracht. Eliseus beval: Geef het aan het volk te eten.
Zijn dienaar antwoordde: Hoe kan ik dit nu aan honderd man voorzetten? Maar Eliseus hernam: Geef het aan het volk te eten; want zo spreekt Jahweh! Ge zult eten, en nog overhouden.
Nu zette hij het hun voor; en toen ze gegeten hadden, hielden ze nog over, zoals Jahweh gezegd had.
Psalmen 145(144),10-11.15-16.17-18.
Al uw werken zullen U loven, o Jahweh, En uw vromen zullen U prijzen;
Ze zullen de glorie van uw Koningschap roemen, En uw almacht verkonden:
Aller ogen zien naar U uit, Gij geeft voedsel aan allen, elk op zijn tijd;
Gij opent uw handen, En verzadigt naar hartelust al wat leeft!
Goedertieren is Jahweh in al zijn wegen, En in al zijn werken vol liefde.
Jahweh is allen, die Hem roepen, nabij: Allen, die oprecht tot Hem bidden.
Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Efeziërs 4,1-6.
Ik, de gevangene voor de zaak des Heren, vermaan u dus, dat gij u gedraagt overeenkomstig uw roeping;
dat gij elkander in liefde verdraagt met alle ootmoedigheid, zachtheid en geduld;
dat gij uw best doet, de eenheid des geestes te bewaren door de band van de vrede.
Eén lichaam en één geest, zoals gij ook geroepen zijt tot één hoop, die aan uw roeping ontspruit;
één Heer, één geloof, één doopsel;
één God en Vader van allen, die boven alles, door alles, en in alles is.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 6,1-15.

Daarna begaf Jesus Zich naar de overkant van het meer van Galilea of van Tibérias.
Een grote schare volgde Hem, omdat ze de wonderen hadden gezien, die Hij voor de zieken verricht had.
En Jesus besteeg het gebergte, en zette Zich daar met zijn leerlingen neer.
Het was kort voor Pasen, het feest van de Joden.
Toen Jesus nu de ogen opsloeg en een talrijke menigte tot Zich zag komen, sprak Hij tot Filippus: Waar zullen we brood kopen, zodat ze kunnen eten?
Dit zeide Hij echter, om hem op de proef te stellen; want zelf wist Hij goed, wat Hij doen zou.
Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd tienlingen brood is niet genoeg, als ieder van hen een stukje krijgt.
Een zijner leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zeide tot Hem:
Hier is een jongen, die vijf gerstebroden heeft en twee vissen; maar wat betekent dat voor zo velen?
Jesus sprak: Laat de mensen gaan zitten. Er stond nu veel gras op die plaats. Ze gingen dus zitten; er waren ongeveer vijf duizend mannen.
Nu nam Jesus de broden, sprak een dankgebed uit, en deelde ze rond aan hen die daar zaten; zo ook van de vissen, zoveel ze wilden.
En toen ze waren verzadigd, zeide Hij tot zijn leerlingen: Verzamelt de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren gaat.
Zij verzamelden ze dus, en vulden twaalf korven met de brokken der vijf gerstebroden, die na het eten waren overgebleven.
Bij het zien van het teken, dat Jesus gewrocht had, zeiden de mensen: Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld moet komen!
Daar nu Jesus voorzag, dat ze Hem zouden meevoeren, om Hem tot koning uit te roepen, trok Hij Zich heel alleen weer in het gebergte terug.
©Evangelizo.org 2001-2009
08:00 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (1) | Email dit | Tags: schrift, liturgie, eucharistie, evangelie, bibjel, jaar van de priesters |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |
04-07-09
God wil met je spreken - Lezingen voor de 14° zondag door het jaar B
Lezing uit het boek Ezechiël 2,2-5.
Zodra Hij tot mij gesproken had, kwam er een geest in mij, die mij recht overeind deed staan. En ik hoorde Hem, die tot mij sprak
zeggen: Mensenkind, Ik zend u tot de Israëlieten, tot het opstandige volk, dat zich tegen Mij heeft verzet; zij zowel als hun vaderen hebben tot op deze eigen dag tegen Mij gezondigd,
en de kinderen hebben een stug gelaat en een ontembaar hart. Tot hen zend Ik u, en tot hen moet ge zeggen: Zo spreekt Jahweh, de Heer!
En of ze het horen willen of niet, want ze zijn een onhandelbaar volk, in ieder geval zullen ze weten, dat er een profeet onder hen is.
Psalmen 123,1.2.3-4.
Een bedevaartslied. Tot U hef ik mijn ogen omhoog, Tot U, die troont in de hemel!
Zie, als de ogen van slaven op de hand hunner meesters, En het oog der slavin op de hand van haar gebiedster: Zo zijn ònze ogen op Jahweh gericht, Onzen God, totdat Hij Zich onzer erbarmt.
Ontferm U onzer, o Jahweh. Ach, erbarm U over ons! Want we zijn met hoon overkropt,
En onze ziel is er zat van: Door de spot van de snoevers, Door de smaad van de trotsen.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 12,7-10.
Zelfs niet op grond van buitengewone openbaringen. En opdat ik hierop niet ijdel zou worden, is mij een doorn in het vlees gestoken; een engel van Satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik niet hoogmoedig zou worden.
Tot driemaal toe bad ik den Heer, dat hij zou weggaan van mij.
Maar Hij heeft mij gezegd: "Mijn genade is u genoeg; want juist bij zwakheid komt de Kracht tot haar recht!" Het liefst zal ik dus op mijn zwakheden roemen, opdat de kracht van Christus in mij mag wonen.
En zelfs verheug ik mij om Christus’ wil over zwakheid en smaad, over noden, vervolgingen en angsten. Want als ik zwak ben, ben ik sterk.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 6,1-6.
Hij vertrok van daar, en ging naar zijn vaderstad; en zijn leerlingen volgden Hem.
En op de sabbat begon Hij in de synagoge te leren. De vele toehoorders stonden verbaasd, en ze zeiden: Waar heeft Hij dit alles vandaan? Wat is dit voor wijsheid, die Hem is gegeven; en wat zijn het voor wonderen, die door zijn handen gebeuren?
Is Hij niet de timmerman, de zoon van Maria, de broer van Jakobus en Josef, Judas en Simon; en leven zijn zusters niet hier onder ons? En ze ergerden zich aan Hem.
Maar Jesus zeide tot hen: Een profeet wordt enkel in zijn vaderland miskend, onder zijn verwanten en in zijn familie.
Hij kon daar geen wonder verrichten, behalve enkele zieken genezen, door ze de handen op te leggen.
En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof. Nu trok Hij de dorpen in de omtrek al lerende rond.
©Evangelizo.org 2001-2009
04:57 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: schrift, schandaal, liturgie, evangelie, bibjel |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |







