23-03-12

'Het wordt voor ons een heel bijzondere Pasen met heel veel tranen in onze ogen en in ons hart'

heverlee.leuven.jpegLEUVEN (KerkNet) – In de Sint-Pieterskerk in Leuven vond donderdagmiddag de uitvaartdienst plaats voor de zeven kinderen van de Sint-Lambertusschool in Heverlee, die vorige week omkwamen bij de busramp in Zwitserland. Naast de zeven witte kisten van de kinderen met daarachter telkens hun foto, stonden ook de foto’s van meester Frank, monitrice Monique en de twee overleden buschauffeurs, die het verschrikkelijke ongeval niet overleefden.

De uitvaartplechtigheid werd geleid door Dirk De Gendt, deken van Leuven, in aanwezigheid van mgr. André-Joseph Léonard, de aartsbisschop van Mechelen-Brussel, en mgr. Leon Lemmens, de hulpbisschop voor het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen. Deken De Gendt hield de homilie. Hierna volgt de integrale tekst.


“De beelden van het busongeluk van vorige woensdag staan ons voor ogen. De beelden van de lijkwagens met de slachtoffers. Het grote legervliegtuig dat vertrok – met die bijzonder tragische ‘lading’. De foto’s van de lachende kinderen tijdens hun vakantie staan in sterk contrast met de afloop van wat een prachtige week had moeten zijn. Een bijzonder donkere week voor ons land. Pure duisternis voor de scholen waar deze kinderen school liepen, voor hun ouders en broers of zussen, voor hun familie en vrienden. 

Uiteraard mogen we de volwassenen die overleden zijn niet uit het oog verliezen. Ook zij laten familie, vrouw en kinderen na. Ook daar is er groot verdriet. Maar de dood van zoveel kinderen raakt ons heel diep. Wellicht omdat kinderen nog zo puur zijn. Een psycholoog vertelde me ooit: een kind wordt volwassen wanneer het voor de eerste keer zonder blikken of blozen kan liegen. Kinderen zijn zowat symbool voor de waarheid. Kinderen doen de waarheid. 

Ooit plaatste Jezus een kind in het midden van de kring. Hij stelde een kind als voorbeeld voor alle mensen. Voor de manier van leven voor iedereen. Dat was toen eigenlijk revolutionair. In de toenmalige maatschappij telden kinderen eigenlijk nauwelijks mee. Kinderen hadden niets te vertellen. Ook in onze westerse samenleving is de waardering en de eigen betekenis van het kind eerder van recente datum. Nog niet zo lang geleden werd van kinderen verwacht dat ze snel in het economische systeem zouden stappen en meedraaien op de arbeidsmarkt. Vandaag is het een evidentie dat kinderen recht hebben op een onbekommerde en onbezorgde kindertijd. Wellicht ook daarom dat de dood van zoveel kinderen ons zo diep raakt. 

De vragen blijven: Waarom? Kan God dit toelaten? Waar is die goede God van de christenen? Die goede God van mij? Iedereen zit met deze vragen zonder antwoord. Blijft het daar dan bij en laat de Bijbel ons hier verder met lege handen staan? En zo zijn veel meer vragen dan we menselijkerwijs kunnen beantwoorden. In de Bijbel is daar alle ruimte voor. In de Bijbel worden die vragen niet onmiddellijk dichtgemetseld en opzij geschoven door hoge en grote woorden, maar eerst is er ruimte voor de ontreddering en voor de soms eenzame en moeizame zoektocht naar antwoorden. Immers! God heeft het zelf beleefd in Christus. 

Enkele ouders zeiden me: “Mijn kind is nu gelukkig. Ze hebben met hun klas de meest fantastische week van hun leven gehad. Maar ik heb verdriet en ik zal ze missen”.
Misschien moeten we de woorden van Job tot de onze maken, toen de ene onheilstijding na de andere bij hem kwam. Maar God blijft een goede God en leeft met ons mee!

Die goede God blijft bij ons wanneer wij lijden en pijn voelen. Maar we zien – ik zie – God niet altijd, omdat onze ogen – mijn ogen – wenen en bol staan van de tranen. Die nabijheid, Gods nabijheid, maar ook elkaars nabijheid voelen en ervaren, werkt helend voor wie rouwt en wegzinkt in groot verdriet. Midden de immense duisternis van dit tragische ongeval duiken ook lichtpunten op. De grote solidariteit en het immense medeleven van iedereen met de slachtoffers. Iedereen - Vlaming of Waal, oud of jong, gehuwd of ongehuwd, rijk of arm, gelovig of ongelovig - leeft oprecht en van harte mee met de slachtoffers, hun familie en vrienden. Er groeit een gevoel van samen zijn, van samen horen, dat treft. Die eensgezindheid, die samenhorigheid, wordt ook uitgebreid in het voetlicht van de camera’s gebracht. Misschien niet altijd op even kiese wijze. Maar het is goed dat het getoond wordt. Mensen worden echt broeders en zusters van elkaar midden die donkere dagen.

Maar… we zullen ze nooit meer zien. We kunnen hen geen knuffel of schouderklopje meer geven. Maar we geloven dat ze nu heel dicht bij God zijn en bij Hem verder leven, dank zij Jezus, Zijn zoon.
Zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren zoon Jezus naar de wereld heeft gezonden. God omarmt zijn zoon, zoals ouders dat met hun kinderen doen. Die Jezus die op het kruis gestorven is. Door die mens Jezus weet God hoe de leegte van het lijden aanvoelt. ‘Eloi Eloi, lama sabaktani’ – God, mijn God, waarom heb je mij verlaten? En op dat moment, in de diepste pijn leg hij zijn arm op onze gebogen en bedrukte schouders.

We zijn op weg naar Pasen. Laten wij bidden dat wij, nu nog meer dan anders, mogen en kunnen geloven in de kracht van de liefde en de verrijzenis. God strekt definitief zijn hand uit naar de mens, omarmt ons en we horen de woorden: “Hij, God, zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.”
Het wordt ook bij ons Pasen; een bijzondere Pasen. Dat geloven we. Maar wel één met tranen in onze ogen en ons het hart.”

De commentaren zijn gesloten.