28-10-11

Lezingen 31ste zondag door het jaar A

Lezing uit het boek Maleachi 1,14b.2,1-2b.8-10. 
Vervloekt de bedrieger, die een mannelijk dier in zijn kudde bezit, maar aan den Heer een ondeugdelijk offert, als hij een gelofte heeft gedaan! Want Ik ben een grote Koning, spreekt Jahweh der heirscharen, en mijn Naam is onder de volken geducht!
Daarom priesters, geldt voor u dit besluit:
Wanneer gij niet luistert, het niet ter harte wilt nemen, en geen eer brengt aan mijn Naam, dan slinger Ik over uzelf de vloek, en maak ook uw zegen tot vloek. Ja, Ik heb ze nu al tot vloek gemaakt, omdat gij het niet ter harte neemt!
Maar zelf zijt gij afgeweken van de weg, en hebt vele anderen door uw lering doen struikelen; gij hebt het verbond met de Levieten geschonden, spreekt Jahweh der heirscharen!
Ook daarom maak Ik u verachtelijk en eerloos bij heel het volk, juist zoals gij mijn wegen niet zijt gevolgd, en geen acht op mijn wet hebt geslagen!
Hebben wij niet allen één Vader; heeft niet dezelfde God ons geschapen? Waarom zijn wij dan trouweloos tegen elkander, en ontwijden wij het verbond onzer vaderen?

Psalmen 131(130),1.2.3. 


31 TOA ps.jpg



Een bedevaartslied. Van David. Jahweh, mijn hart is niet trots, Niet hovaardig mijn ogen; Ik houd mij niet op met geweldige plannen, Met dingen, die te hoog voor mij zijn.
Neen, ik voel mij zo klein, En beeld mij niets in; Zoals de zuigeling aan de borst van zijn moeder, Ben ik een kindje voor U.
Israël, stel uw hoop op Jahweh, Van nu af tot in eeuwigheid!


Lezing uit de 1e brief van de apostel Paulus aan de Tessalonisenzen 2,7b-9.13. 
Als apostelen van Christus hadden we ons kunnen doen gelden, maar onder u zijn we minzaam geweest. Zoals een voedster haar kinderen koestert,
zó hebben wij naar u gesmacht, en was het ons een groot genot, u niet alleen Gods Evangelie, maar ook ons eigen leven te schenken, omdat gij ons zo dierbaar waart.
Broeders, gij herinnert u toch ons werken en slaven; we hebben u Gods Evangelie verkondigd, zwoegende nacht en dag, om niemand van u tot last te zijn.
En daarom brengen ook wij dank aan God zonder einde, omdat gij het woord van God, door ons gepreekt, hebt aanvaard, en ook ter harte genomen, niet als het woord van mensen, maar, wat het in werkelijkheid is, als het woord van God, dat ook in u werkt, wanneer gij gelooft.

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Mattheus 23,1-12. 

 

31 TOA ev.jpg


Nu sprak Jesus tot het volk en tot zijn leerlingen:
Op de zetel van Moses zitten de schriftgeleerden en farizeën.
Onderhoudt en doet dus alles, wat ze u zeggen; maar handelt niet naar hun werken. Want ze zeggen het wel, maar ze doen het niet.
Ze binden zware en ondragelijke lasten bijeen, en leggen die op de schouders der mensen; maar zelf willen ze die met hun vinger niet aanraken.
Al hun werken verrichten ze om door de mensen opgemerkt te worden; ze maken hun gebedsriemen breed, en hun mantelkwasten groot.
Ze zijn op de eerste plaatsen bij feestmalen belust, op de eerste zetels in de synagogen,
en op de begroetingen op de markt, en willen door de mensen rabbi worden genoemd.
Neen, laat u geen rabbi noemen; want één is uw Meester, en allen zijt ge broeders.
Noemt ook niemand op aarde uw vader; want één is uw Vader, die in de hemelen is.
Laat u ook niet leraars noemen; want één is uw Leraar, de Christus.
De grootste onder u moet uw dienaar zijn.
Maar wie zich verheft, zal worden vernederd; wie zich vernedert, zal worden verheven.

17:05 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Tags: evangelie, bijbel, schrift, lezingen, liturgie, zondag, door het jaar | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.