21-04-11

Een testament

jeudi saint coupe.jpgJezus viert het paasfeest met zijn vrienden. Als een echt gelovige jood. Ieder jaar opnieuw zou men de uittocht uit Egypte gedenken, zoals het beschreven werd in de eerste lezing. De uittocht uit dat slavenhuis speelde een centrale rol in de geloofsovertuiging van de joodse gemeenschap. In dit gebeuren van bevrijding en opstanding hadden ze hun God leren kennen als bondgenoot en lotgenoot: ‘Ik zal er zijn’.


Dàt zouden ze in herinnering roepen, telkens weer. Opdat het in hun hart en hun geest gegrift zou staan. Opdat hun handen het in praktijk zouden brengen. Het gods-rijke leven. Dat zouden ze gedenken. Gedenken is voor Jezus en zijn vrienden een zeer actieve term. Het is niet zomaar even mijmeren over wat lang geleden ooit is gebeurd. Gedenken is je opnieuw te binnen brengen, het helemaal innerlijk in je laten worden, om je er van te doordringen en te doordrenken, dat wat toen gebeurd is ook vandaag kan gebeuren. Om te beseffen dat ook wij vandaag in diezelfde levensstroom staan. Er zijn namelijk voortdurend Egyptische toestanden om ons heen: mensen die niet aan hun trekken komen, die als tweederangs beschouwd worden op grond van hun afkomst, ras of seksuele geaardheid; er is uitbuiting en onderdrukking; kwaad wordt vergolden met nog meer kwaad; haat wordt gekoesterd; roddel rolt ongenadig verder. Uit dat Egypte willen we wegtrekken. Dat is bedoeld met ‘deze dag moet gij tot een gedenkdag maken’.

Jezus was opgegroeid met dit verhaal. Hij was ervan doordrongen. Gedenken betekent voor hem dat hij het zich zodanig eigen heeft gemaakt, dat hij er zo van doordrongen is geworden dat hij zelf zo’n verhaal geworden is. In levende lijve. Hij leidt mensen weg uit wat hen onvrij maakt, helpt mensen opnieuw te geloven in eigen mogelijkheden, in nieuwe kansen. Hij ziet mensen in hun toekomst, in hun mogelijkheden. Wij weten uit eigen ervaring hoe bevrijdend dat is. Iemand te mogen ontmoeten in wiens blik je voelt: die gelooft in mij, die gelooft dat ik met mijn leven nog iets kan aanvangen. Het hoeft niet groots of indrukwekkend te zijn. Maar het kan gedragen worden door liefde.

Jezus was zijn optreden begonnen in het rurale Galilea. Zijn boodschap klonk er overtuigend in zijn heldere duidelijkheid. Dat ieder mens door God geliefd is. Onvoorwaardelijk. Dat niemand hoeft te wanhopen. Dat zondaars niet veroordeeld werden en zieken niet afgeschreven. Mensen die leefden in diepe nood of angstige onrust wisten zich door hem aanvaard. Verhalen over hem gingen rond als een lopend vuurtje en belanden ook in de hoofdstad Jeruzalem.

Hier is Jezus doelbewust naartoe gekomen. Op deze plek waar schriftgeleerden en priesters de wet stelden. De joodse hogepriester Kajafas bekleedde zijn ambt reeds 18 jaar en verstond zich goed met de Romeinse gouverneur Pilatus. Samen wisten ze het arme, soms opstandige volk in bedwang te houden. Pilatus die gewoonlijk in zijn villa aan zee verbleef kwam ieder jaar bij gelegenheid van het joodse paasfeest naar Jeruzalem om er orde op zaken te houden. De hele sfeer ademde sowieso een politieke geur waardoor nultolerantie het ordewoord was.

Jezus is gekomen naar het centrum van de macht. Hier wil hij samen met zijn leerlingen het joodse bevrijdingsfeest vieren. Hij zou een ontzettende naïeveling geweest zijn als hij niet geweten had dat hem hier, in Jeruzalem, een finale confrontatie te wachten stond. Hij houdt echter vast aan zijn overtuiging. Hij stelt een veelzeggend gebaar waarin hij heel de intentie van zijn leven samenvat. Dat hij gekomen is als dienstknecht, niet als heerser. Dat was namelijk zijn beeld van God, zijn lieve abba. En dat laat hij niet los. Ondanks zijn eigen mislukking. Althans wat wij gewoonlijk onder mislukking verstaan. Want misschien breekt hier wel een nieuw begrip door van wat kan worden verstaan onder lukken en mislukken, falen en slagen. Wanneer Jezus straks gekruisigd wordt, hangt aan het kruis inderdaad een ontwapend man. Iemand die niets meer vermag, die door de machten van kerk en politiek buiten spel is gezet. Maar op het kruis hangt ook iemand tegen wie niets of niemand nog iets vermag, die zelf alles en iedereen alle wapens uit handen geslagen heeft. Die een andere macht manifesteert waartegen niemand opgewassen is. Die alles en iedereen ontwapend heeft door de overmacht van de liefde.

Is dat ook niet de betekenis van dit ultieme gebaar tijdens de maaltijd waarin Jezus de diepe intentie van zijn leven uitdrukt? Dat hij zijn leven als dienst begrepen heeft. En dat geen enkele macht ter wereld hem daar kon van afbrengen. Dit gebaar stellen, oog in oog met een nakende dood, is veelzeggend. Het is geen definitieve nederlaag. Althans niet voor hem. Het mag dan waar zijn dat Jezus, historisch gesproken door de knieën gaat, klaarblijkelijk ervaart hij dit zelf niet als fatale nederlaag. Hij blijft namelijk een perspectief aanreiken over zijn dood. Over zijn dood heen zal de beker gedronken worden in het koninkrijk van God. Het is een door de knieën gaan voor God.

Voetwassing en kruisdood horen samen: het illustreert de onmacht van de groten dezer wereld, de heersers die hun macht slechts kunnen handhaven door verknechting van anderen, ja door marteling en executie, terwijl ze hierdoor hun eigenlijke onmacht demonstreren. Jezus’ bevrijdende onmacht is macht ten goede.

Daardoor betekent zijn leven een keerpunt in de geschiedenis. Hier wordt een nieuwe werkelijkheid en een nieuwe waarheid geopenbaard. Niet als theorie. Maar als testament aan ons toevertrouwd.

Ignace D’hert o.p.

http://prekers.000space.com

04:23 Gepost door Wally in Homilieën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: evangelie, bijbel, schrift, lezingen, liturgie, witte donderdag, testament | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.