20-03-10
God wil met je spreken - Lezingen 5° zondag van de Veertigdagentijd C
Lezing uit het boek Isaïas 43,16-21.
Zo spreekt Jahweh, die een weg door de zee had gebaand, Een pad door de onstuimige wateren;
Die wagens en paarden er over liet gaan, Met krijgsmacht en strijders: Maar ze lagen neer, en stonden niet op, Uitgedoofd als een kwijnende pit!
Blijft nu niet staren op wat vroeger gebeurde, En staat bij het verleden niet stil;
Zie, Ik ga iets nieuws beginnen: Het is al ontloken, bemerkt ge het niet? Thans maak Ik door de stèppe een weg, En stromen in de woestijn!
De wilde beesten zullen Mij loven, Jakhalzen en struisen: Want Ik breng water in de woestijn, En in de wildernis stromen, Om mijn uitverkoren volk te drenken,
Het volk dat Ik Mij vormde, en dat mijn lof zal verkonden!
Psalmen 126(125),1-6.
Een bedevaartslied. Toen Jahweh Sion uit de ballingschap bracht, Was het ons als een droom;
Toen werd onze mond met lachen gevuld, Onze tong met gejubel. Toen zei men onder de volken: "Jahweh heeft hun grote dingen gedaan!"
Ja, grote dingen heeft Jahweh ons gedaan; En daarom zijn wij verheugd!
Ach Jahweh, wend ons lot weer ten beste, Als voor de dorre greppels van Négeb:
Die nu zaaien met tranen, Laat ze maaien met jubel!
Met geween trekt men op, Om het zaad uit te strooien: Maar met gejuich keert men terug, Met schoven beladen!
Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Filippenzen 3,8-14.
Ja, alles houd ik voor schade, omdat de kennis van Christus Jesus, mijn Heer, alles te boven gaat. Om Hem heb ik alles prijsgegeven en heb het als vuilnis geacht, om Christus te winnen
en één met Hem te zijn. Mijn gerechtigheid heb ik niet uit de Wet, maar door het geloof in Christus; de gerechtigheid, voortkomend uit God en berustend op het geloof.
Zó wilde ik Hem leren kennen, de kracht ook zijner Verrijzenis en de gemeenschap met zijn Lijden; zó wilde ik gelijkvormig worden aan zijn Dood,
om eenmaal te kunnen komen tot de opstanding uit de doden.
Zeker, ik heb het nog niet bereikt, en nog ben ik niet volmaakt; maar ik jaag het na, om het te grijpen, omdat ik ook zelf ben gegrepen door Christus Jesus.
Neen broeders, ik beeld me niet in, het reeds te hebben bereikt. Maar wel dit éne: Ik vergeet wat achter me ligt; ik reikhals naar wat vóór me ligt;
het doel jaag ik na, om de prijs te behalen van Gods hemelse roeping in Christus Jesus.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 8,1-11.

En Jesus ging naar de Olijfberg.
Maar ‘s morgens vroeg begaf Hij Zich weer naar de tempel, en al het volk kwam naar Hem toe. Hij ging zitten, en onderrichtte hen.
Nu brachten schriftgeleerden en farizeën een vrouw naar Hem toe, die op overspel was betrapt; ze plaatsten haar in de kring,
en zeiden tot Hem: Meester, deze vrouw is op heterdaad van overspel betrapt.
Nu heeft Moses ons in de Wet geboden, dergelijke vrouwen te stenigen. Wat zegt Gij nu?
Dit zeiden ze, om Hem een strik te spannen, en tegen Hem een aanklacht te hebben. Maar Jesus boog Zich voorover, en schreef met de vinger op de grond.
En toen ze aanhielden met vragen, richtte Hij Zich op, en sprak tot hen: Wie van u zonder zonde is, werpe de eerste steen op haar!
Weer boog Hij Zich voorover, en schreef op de grond.
Toen ze dit hoorden, gingen ze heen, de een na den ander, maar de oudsten het eerst; en Jesus bleef alleen, de vrouw nog steeds in de kring.
Nu richtte Jesus Zich op, en sprak tot haar: Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld?
Ze zeide: Niemand, Heer. En Jesus sprak: Ook Ik veroordeel u niet; ga heen, en zondig voortaan niet meer.
00:00 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: liturgie, zondag, schrift, bijbel, evangelie, vasten |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |








Post een commentaar
NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog