30-01-10

God wil met je spreken - Lezingen 4° zondag door het jaar C

Lezing uit het boek Jeremia 1,4-5.17-19.

 

 

Het woord van Jahweh werd tot mij gericht:
Voordat Ik u in de moederschoot vormde, kende Ik u; Eer ge geboren werdt, heiligde Ik u, En bestemde Ik u tot profeet voor de volken!
Maar gij moet uw lenden omgorden, Opstaan en tot hen spreken al wat Ik u zal bevelen. Ge moet niet bang voor hen zijn, Ik zal zorgen, dat ge ze niet hoeft te vrezen.
Zie, Ik maak thans een vesting van u, Een ijzeren zuil, een bronzen muur tegen het hele land: Tegen de koningen en vorsten van Juda, Tegen zijn priesters en het volk van het land.
Zeker, ze zullen strijd met u voeren, Maar u niets kunnen doen; Want Ik ben met u, om u te beschermen: Is de godsspraak van Jahweh!

Psalmen 71(70),1-2.3-4.5-6.15.17.
Tot U neem ik mijn toevlucht, o Jahweh; Laat mij toch nooit beschaamd komen staan.
Bevrijd en verlos mij door uw genade, Hoor mij aan, en kom mij te hulp.
Wees mij een veilige, altijd toegankelijke rots; Gewaardig U, mij te helpen, want Gij zijt mijn toevlucht en schuts!
Mijn God, red mij uit de hand van den boze, Uit de vuist van tyran en verdrukker.
Want Gij, o Heer, zijt mijn hoop, Van kindsbeen af mijn vertrouwen, o Jahweh;
Ik steunde op U van de moederschoot af, Reeds vóór mijn geboorte waart Gij mijn beschermer. In U heb ik altijd gejubeld,
Mijn mond zal uw gerechtigheid melden, En altijd uw heil, want ik ken er geen maat van;
Gij hebt mij van jongsaf geleid, o mijn God, En tot nu toe heb ik uw wonderen verkondigd;

Lezing uit de 1e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 12,31.13,1-13.
Gij hunkert naar de hoogste gaven? Ik wijs u een weg, die nog veel hoger ligt.
Al spreek ik de talen van mensen en engelen, Maar ik heb de liefde niet: Ik ben een rinkelend bekken, Of een rammelend cymbaal.
Al heb ik de gave der profetie, Al bezit ik alle geheimen en kennis, Al heb ik het volle geloof, dat bergen verzet: Zonder liefde ben ik niets.
Al schenk ik weg al wat ik heb, Al geef ik mijn lichaam, om mij te laten verbranden: Zo ik de liefde niet heb, Het dient mij tot niets.
De liefde is geduldig, De liefde is goedertieren, De liefde is niet afgunstig, Niet pronkzuchtig, niet verwaand.
Zij handelt niet onedel, En zoekt zichzelve niet, Zij laat zich niet verbitteren, En rekent het kwade niet aan.
Over onrecht is zij niet blijde, Maar over de waarheid verheugd.
Alles bedekt zij, alles gelooft zij, Alles hoopt zij, alles duldt zij.
De liefde: zij vergaat nimmer! Maar profetieën: zij houden op, En talen: zij zullen verstommen, En kennis: zij zal vergaan.
Want ons kennen is ten halve, Ons profeteren slechts ten dele;
Maar komt eens het volmaakte, Het onvolmaakte verdwijnt.
Toen ik een kind was, sprak ik als kind, Voelde ik als kind, dacht ik als kind;
Nu ik een man ben, Leg ik het kinderlijke af. Thans zien wij in een wazige spiegel; Straks aangezicht tot aangezicht. Thans ken ik slechts ten halve; Straks ten volle, zoals ik zelf ben gekend.
Zo blijven bestaan Geloof, hoop en liefde, Drie in getal; Maar de grootste daarvan is de liefde.

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 4,21-30.
Nu ving Hij aan, en sprak tot hen: Heden is het Schriftwoord, dat gij gehoord hebt, vervuld.
Allen betuigden Hem bijval, en stonden verbaasd over de lieflijke woorden, die er vloeiden uit zijn mond. En ze zeiden: Is dit niet de zoon van Josef?
Hij sprak tot hen: Gij zult Mij zeker dit spreekwoord doen horen: Geneesheer, genees uzelf. Doe ook hier in uw vaderstad, wat, naar we vernamen, in Kafárnaum is geschied.
Hij ging voort: Voorwaar, Ik zeg u: geen profeet wordt in zijn eigen geboortestad erkend.
Voorwaar, Ik zeg u: Er waren veel weduwen in Israël in de dagen van Elias, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten bleef, zodat er over heel het land grote hongersnood heerste;
en toch, tot niemand van haar werd Elias gezonden. maar wel tot een weduwe te Sarepta van Sidónië.
Ook waren er veel melaatsen in Israël in de tijd van den profeet Eliseüs; en toch, niemand van hen werd gereinigd, maar wel Naämán, de Syriër.
Toen ze dit hoorden, werden allen in de synagoge woedend;
ze sprongen op, wierpen Hem de stad uit, voerden Hem naar de rand van de berg, waarop hun stad was gebouwd, om Hem naar beneden te storten.
Maar Hij ging midden door hen heen, en vertrok.

 

©Evangelizo.org 2001-2009

06:30 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: zondag, bijbel, schrift, liturgie, evangelie, profeet, door het jaar, jeremia | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook |

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog