05-12-09
God wil met je spreken - Lezingen 2° zondag van de Advent C
Lezing uit het boek Baruch 5,1-9.

JERUZALEM, doe het kleed van uw treuren en van uw verdriet uit, en doe aan het versiersel, dat u door Gods heer lijkheid gegeven is in eeuwigheid.
Doe om de rok der gerechtigheid, die u door God gegeven is, en zet op uw hoofd de tulband der heerlijkheid van de eeuwige.
Want God zal uw heerlijkheid tonen al het volk, dat onder de hemel is.
Want uw naam zal door God in der eeuwigheid genoemd worden, namelijk vrede der gerechtigheid en heerlijkheid, lof der Godzaligheid.
Sta weder op Jeruzalem, en zet u op de hoogte, en zie rond om naar het oosten; en zie uw kinderen verzameld van de ondergang der zon tot de opgang, door het woord des heiligen, die zich verheugen dat God hunner weder gedacht heeft.
Want zij zijn van u uitgegaan, zij zijn te voet weggeleid door de vijanden; maar God brengt die weder tot u in, opgenomen in heerlijkheid als kinderen van het koninkrijk.
Want God heeft besloten, alle hoge bergen te vernederen, en de duinen aan de zee altijd durende; en alle dalen te vervullen in gelijkheid der aarde; opdat Israël zeker wandele in de heerlijkheid Gods.
En de bossen, en alle welriekende bomen, zullen Israël be schaduwen, door Gods bevel.
Want God zal Israël uitvoeren met vreugde door het licht zijner heerlijkheid, met barmhartigheid en gerechtigheid, die van hem komt.
Psalmen 126(125),1-2.3.147(146),4-5.126,6.
Een bedevaartslied. Toen Jahweh Sion uit de ballingschap bracht, Was het ons als een droom;
Toen werd onze mond met lachen gevuld, Onze tong met gejubel. Toen zei men onder de volken: "Jahweh heeft hun grote dingen gedaan!"
Ja, grote dingen heeft Jahweh ons gedaan; En daarom zijn wij verheugd!
Die het getal van de sterren bepaalt, En ze allen roept bij haar naam.
Groot is onze Heer, geweldig zijn macht, Zijn wijsheid oneindig;
Met geween trekt men op, Om het zaad uit te strooien: Maar met gejuich keert men terug, Met schoven beladen!
Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Filippenzen 1,4-6.8-11.
En bij al mijn gebeden met blijdschap voor u allen bid,
voor uw gehechtheid aan het Evangelie van de eerste dag af tot heden toe.
Want ik heb het vaste vertrouwen, dat Hij, die in u het goede werk is begonnen, het ook zal voltooien tot op de Dag van Christus Jesus.
God is mijn getuige, hoe ik met de hartelijke liefde van Christus Jesus naar u allen verlang.
En ik bid, dat uw liefde steeds meer moge winnen aan kennis en zedelijk inzicht,
om scherp het goed van het kwaad te onderscheiden; en dat gij op de Dag van Christus rein en onberispelijk moogt zijn,
beladen met de vrucht der gerechtigheid, die door Jesus Christus is verworven, tot eer en glorie van God.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 3,1-6.
In het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus landvoogd was van Judea, Herodes viervorst van Galilea, zijn broer Filippus viervorst van Iturea en het gewest Trachonitis, en Lusánias viervorst van Abilene.
onder den hogepriester Annas en Káifas, kwam Gods woord tot Johannes, den zoon van Zakarias, in de woestijn.
Toen trad hij op in heel de omtrek van de Jordaan, en preekte een doopsel van boetvaardigheid tot vergiffenis der zonden;
zoals geschreven staat in het boek der voorspellingen van den profeet Isaias: De stem van een roepende in de woestijn. Bereidt de weg des Heren, Maakt recht zijn paden.
Elk ravijn zal worden gedempt, Iedere berg en heuvel worden geslecht; De kronkelpaden zullen recht, De oneffene wegen effen worden.
En alle vlees zal zien Gods heil.
©Evangelizo.org 2001-2009
03:56 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: liturgie, zondag, advent, schrift, bijbel, evangelie |
|
del.icio.us |
|
Digg |
Facebook |








Post een commentaar
NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog