24-10-09

God wil met je spreken - Lezingen voor de 30° zondag door het jaar B

Lezing uit het boek Jeremia 31,7-9.
Want zo spreekt Jahweh: Jubelt van vreugd over Jakob, Juicht over den heerser der volken; Verkondigt het blijde, en roept het uit Jahweh heeft zijn volk verlost, Al wat van Israël bleef gespaard!
Zie, Ik leid ze terug Uit het land van het noorden, En breng ze bijeen van de grenzen der aarde: Met blinden en lammen in hun kring, Met zwangere en barende vrouwen: In machtige drommen keren ze terug!
Wenend schrijden ze voort, Maar troostend zal Ik ze leiden, En ze naar de waterbeken brengen Langs effen wegen, waarop ze niet struikelen; Want Ik zal Israël een vader, Efraïm zal mijn eerstgeborene zijn.

Psalmen 126(125),1-3.4-5.6.
Een bedevaartslied. Toen Jahweh Sion uit de ballingschap bracht, Was het ons als een droom;
Toen werd onze mond met lachen gevuld, Onze tong met gejubel. Toen zei men onder de volken: "Jahweh heeft hun grote dingen gedaan!"
Ja, grote dingen heeft Jahweh ons gedaan; En daarom zijn wij verheugd!
Ach Jahweh, wend ons lot weer ten beste, Als voor de dorre greppels van Négeb:
Die nu zaaien met tranen, Laat ze maaien met jubel!
Met geween trekt men op, Om het zaad uit te strooien: Maar met gejuich keert men terug, Met schoven beladen!

Lezing uit de brief aan de Hebreën 5,1-6.
Want iedere hogepriester wordt uit de kring der mensen genomen, en ten bate der mensen aangesteld voor hun betrekkingen tot God, om gaven en offers te brengen voor de zonden.
Hij moet in staat wezen, toegeeflijk te zijn voor onwetenden en dwalenden, omdat hij zelf met zwakheid omkleed is,
en daarom zondeoffers moet brengen zowel voor het volk, als voor zichzelf.
En niemand neemt de waardigheid uit zichzelf, maar door roeping van God, zoals ook Aäron.
Zo ook heeft Christus Zichzelf de eer niet toegeëigend, Hogepriester te worden, maar Hij die tot Hem heeft gesproken: "Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt,"
zoals Hij dan ook op een andere plaats heeft gezegd: "Gij zijt Priester voor eeuwig, Naar de Orde van Melkisedek."

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Marcus 10,46-52.

 

 

Nu kwamen zij te Jericho aan. En toen Hij Jericho verliet, vergezeld van zijn leerlingen en een talrijke menigte, zat er een blinde bedelaar langs de weg: Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
Zodra hij hoorde, dat het Jesus van Názaret was. begon hij hard te roepen: Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner!
Velen vielen tegen hem uit, om hem tot zwijgen te brengen. Maar hij riep nog harder: Zoon van David, ontferm U mijner!
Jesus bleef staan, en sprak: Roept hem hier. Ze riepen den blinde, en zeiden tot hem: Houd moed, sta op; Hij roept u.
Hij wierp zijn mantel weg, sprong overeind, en ging naar Jesus toe.
Jesus sprak tot hem: Wat wilt ge, dat Ik voor u doe? De blinde zeide Hem: Rabboni, dat ik zien zal.
En Jesus sprak tot hem: Ga; uw geloof heeft u gered. En aanstonds zag hij weer, en volgde Hem op zijn weg.

 

©Evangelizo.org 2001-2009

11:46 Gepost door Wally in Ter bezinning | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: zondag, schrift, liturgie, evangelie, bibjel, door het jaar | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook |

Post een commentaar

NB: commentaren worden gemodereerd op deze weblog